Art. 5.7a Rlz, Algemene bepalingen over het persoonsgebonden budget

Regeling langdurige zorg (Rlz)

1. Bij de toepassing van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 3.3.6 van de wet zijn de artikelen 5.9, onderdeel a, 5.18, eerste lid, onderdeel c, en 5.22, tweede lid, niet van toepassing.

2. Een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 3.3.6 van de wet wordt verleend voor ten hoogste dertien weken.

3. Een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 3.3.6 van de wet kan na de periode genoemd in het derde lid worden verleend indien er zicht op is dat gezien de bijzondere omstandigheden van de verzekerde en zijn zorgbehoefte binnen afzienbare tijd na afloop van die periode zorg kan worden geboden in de instelling waar de verzekerde bij voorkeur in wil verblijven.