Art. 5.2 Verordening op de advocatuur, Wijzen van uitoefening van de praktijk

Verordening op de advocatuur

De advocaat oefent de praktijk uit op een of meer van de volgende wijzen:

a. zelfstandig, in een eenmanszaak of in de vorm van een praktijkrechtspersoon, waarover hij zeggenschap uitoefent;

b. in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 5.3, waarbij de advocaat niet in dienst is van dat samenwerkingsverband;

c. in dienst van een werkgever als bedoeld in artikel 5.9.