Art. 2.36g Verordening op de advocatuur, Verplichtingen en toestemming

Verordening op de advocatuur

1. De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichtingen genoemd in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht opleggen.

2. De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichting opleggen van voorafgaande toestemming voor handelingen als genoemd in artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

3. Onverminderd het eerste en tweede lid kan de algemene raad verplichtingen opleggen met betrekking tot:

a. het aangaan van verplichtingen met een looptijd langer dan één jaar;

b. het verhogen van de personeelsformatie van de subsidieontvanger;

c. het uitputten en onderling aanvullen van begrotingsposten;

d. de maximale grootte en jaarlijkse toename van de egalisatiereserve;

e. de berekening van uurtarieven, de gebruikmaking van kostenbegrippen en productienormen;

f. de aan de subsidie gekoppelde productie gedurende een kalenderjaar;

g. de wijze waarop het betalingsverkeer en de autorisatie van een betaling plaatsvindt;

Uitspraken die dit artikel aanhalen