Bijlage C Regeling leerresultaten PO 2014: bij de Regeling leerresultaten PO 2014
Regeling leerresultaten PO 2014
In deze bijlage staat beschreven hoe en wanneer een correctie (zijnde een herberekening) van de leerresultaten plaatsvindt voor bepaalde groepskenmerken of individuele kenmerken van leerlingen en hoe de inspectie omgaat met enkele specifieke omstandigheden. Voor de leerresultaten van scholen geldt dat leerlingen die voldoen aan de ontheffingsgronden vastgelegd in artikel 9b, van de WPO, niet worden betrokken bij de beoordeling van de leerresultaten. Als leerlingen die voldoen aan de ontheffingsgronden wel hebben deelgenomen aan de toets, herberekent de inspectie het schoolgemiddelde, waarbij de leerresultaten van deze leerlingen buiten beschouwing worden gelaten. Kort samengevat gaat het hier om de volgende leerlingen: Zie voor een nadere toelichting bij categorieën 1 en 2 de Beleidsregel ontheffingsgronden eindtoetsing po. Leerlingen met een indicatie voor het voortgezet speciaal onderwijs (vso) of praktijkonderwijs (pro) houdt de inspectie buiten de beoordeling van de leerresultaten. Dit doet zij ook als deze leerlingen de indicatie hebben, maar hier in de praktijk niet daadwerkelijk naar uitstromen. Als leerlingen met een pro- of vso-indicatie wel hebben deelgenomen aan de toets, herberekent de inspectie het schoolgemiddelde, waarbij de leerresultaten van deze leerlingen buiten beschouwing worden gelaten. Bij de beoordeling van de leerresultaten laat de inspectie de leerresultaten van leerlingen met beperkte cognitieve capaciteiten buiten beschouwing. De beperkte cognitieve capaciteit van de leerling kan de school op twee manieren aantonen: Als de leerresultaten in een schooljaar onder de ondergrens lijken te liggen, dan laat de inspectie de leerresultaten van de leerlingen die in leerjaar 7 of 8 zijn ingestroomd buiten beschouwing. Als de inspectie dit doet, corrigeert zij voor alle leerlingen die dit betreft en niet alleen voor de zwakst scorende leerlingen. Scholen die nieuw zijn beginnen vaak met een klein aantal leerlingen, dat veelal in de onderbouw verblij
- 1. Leerlingen die zeer moeilijk lerend zijn.
- 2. Leerlingen die meervoudig gehandicapt zijn.
- 3. Leerlingen die korter dan vier jaar in Nederland wonen en de Nederlandse taal nog niet voldoende beheersen.
- – uit de gegevens in het leerlingdossier blijkt dat de leerling maximaal het eindniveau van leerjaar 6 behaalt voor taal én rekenen.
- – de leerling heeft een IQ onder de 80. Bij een IQ-test geldt dat deze voldoet aan de criteria van de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN). Indien de IQ-test ouder is dan twee jaar bevestigen gegevens uit het leerling- en onderwijsvolgsysteem de uitkomsten van de eerdere IQ-test.
- a. De toetsen zijn niet afgenomen volgens de voorschriften, zoals in het toetsreglement en de toetshandleiding beschreven.
- b. De school beschikt niet over gegevens van drie schooljaren en onduidelijk is of de resultaten voldoende zijn. Dit komt bijvoorbeeld voor als er slechts resultaten van twee schooljaren beschikbaar zijn en deze resultaten onvoldoende zijn.
- c. Als leerlingen ten onrechte niet hebben deelgenomen aan de eindtoets, dan stelt de inspectie vast of dit van invloed is op de resultaten van het betreffende schooljaar. Het kan betekenen dat de inspectie de leerresultaten van het betreffende schooljaar niet beoordeelt.
- d. De school zeer kleine leerlingenaantallen heeft.
- e. Er is sprake van uitzonderlijke situaties op de school.
- f. De toetsresultaten zijn onvoldoende betrouwbaar om andere redenen.