Bijlage B Besluit verlengbaarheid vergunningen 2.100 MHz 2014
Besluit verlengbaarheid vergunningen 2.100 MHz 2014
Onderwerp: Geconsolideerde vergunning 2000/DGTP/00/3948/TvM Plaats: Groningen Datum: Oktober 2014 Nummer: AT-EL&I/6533178 Gelezen de aanvraag van KPN Mobile The Netherlands B.V.(thans: KPN B.V.); Gelet op artikel 3.3 van de Telecommunicatiewet en op de artikelen 16 en 17 van het Frequentiebesluit, Besluit: In deze beschikking wordt verstaan onder: De verlengde vergunning van KPN B.V. te ‘s-Gravenhage, ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel ‘s-Gravenhage onder nummer 27124701, hierna te noemen: de vergunninghouder, betreft het gebruik van frequentieruimte binnen het frequentiebereik 1934,9–1949,7 MHz met 2124,9–2139,7 MHz ten behoeve van terrestrische systemen waarmee openbare elektronische communicatiediensten worden aangeboden. Aan de vergunning worden de volgende voorschriften en beperkingen verbonden: De vergunninghouder veroorzaakt: Deze beschikking treedt in werking met ingang van 7 augustus 2000 en geldt tot en met 31 december 2020. Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst. De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, namens deze, De directeur-generaal Telecommunicatie en Post, A.G.M. Driedonks, plv. Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden binnen zes weken nadat deze bekend is gemaakt een bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. Het bezwaarschrift dient ondertekend te zijn en ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van de beschikking waartegen het is gericht en de gronden van het bezwaar te bevatten. De frequentietechnische voorwaarden bedoeld in artikel 4, eerste lid van de vergunning zijn:
- a. basisstation: radiozendapparaat of een samenstel van radiozendapparaten dat op één en dezelfde vaste plaats is opgesteld;
- b. e.i.r.p. (Equivalent Isotropically Radiated Power): het uitgestraalde vermogen in de hoofdstraalrichting ten opzichte van een isotrope straler;
- c. maximale gemiddelde e.i.r.p.: maximum van de gemiddelde e.i.r.p. van de signalen in de gespecificeerde bandbreedte;
- d. bilaterale overeenkomst: overeenkomst getiteld ‘Agreement between the administrations of Belgium, France, Germany, Luxembourg, The Netherlands, and Switzerland on border coordination of UMTS/IMT-2000 systems in the frequency bands 1900–1980 MHz, 2010–2025 MHz and 2110–2170 MHz’;
- e. multilaterale overeenkomst: overeenkomst, getiteld ‘Agreement between the Telecommunications Administrations of Belgium, France, Germany, Luxembourg, the Netherlands and Switzerland concerning the approval of arrangements between operators of mobile radio communication networks’;
- f. gepaarde frequentieruimte: frequentieruimte met een omvang van 2 x 5 MHz waartussen een afstand is van 190 MHz;
- g. aaneengesloten blok frequentieruimte: aaneengesloten gepaarde frequentieruimte in de band 1920–1980 MHz met 2110–2170 MHz waarvoor vergunningen zijn verleend aan de in artikel 2 genoemde vergunninghouder;
- h. aangrenzende banden: De frequentieruimte beneden 1920 MHz, tussen 1980 en 2110 MHz en boven 2170 MHz.
- 1. De vergunninghouder biedt een openbare elektronische communicatiedienst aan, waarbij gebruik wordt gemaakt van de frequentieruimte, bedoeld in artikel 2.
- 2. De vergunninghouder realiseert uiterlijk op 1 januari 2007 ten minste dekking binnen de bebouwde kom van alle gemeenten met meer dan 25.000 inwoners, op alle hoofdverbindingswegen (auto-, spoor- en waterwegen) tussen deze gemeenten, langs de doorgaande autosnelwegen naar Duitsland en België en op of rond de luchthavens Amsterdam Schiphol Airport, Maastricht Aachen Airport en Rotterdam Airport, en bereikt daarbij een minimum serviceniveau buitenshuis van 144 kbit/s. Dit niveau wordt op ieder tijdstip in ten minste 95% van de gevallen gehaald.
- 3. De vergunninghouder is gerechtigd de in het tweede lid bedoelde dekking mede te realiseren met gebruikmaking van andere aan hem vergunde 800, 900, 1800, 2100 of 2600 MHz-vergunningen.
- 4. Onverminderd hetgeen bepaald in het derde lid is de vergunninghouder verplicht om met de frequenties, die hij gerechtigd is krachtens deze vergunning te gebruiken, op ten minste 825 vierkante kilometer dekking te bieden en als hij, voor meerdere 2100 MHz-vergunningen gebruik maakt van deze mogelijkheid, ervoor te zorgen dat die laatste gebieden elkaar niet overlappen.
- 1. Het gebruik van de frequentieruimte vindt plaats met inachtneming van de in de bijlage opgenomen frequentietechnische voorwaarden.
- 2. Het gebruik van de frequentieruimte vindt zodanig plaats dat er passende bescherming wordt geboden aan systemen in aangrenzende banden;
- 3. Het bepaalde in het eerste lid blijft buiten toepassing voor zover:
- a. de vergunninghouder een overeenkomst heeft gesloten met één of meer andere houders van een vergunning in het frequentiebereik 1920 MHz–1980 MHz en 2110 MHz–2170 MHz omtrent de frequentietechnische gebruiksvoorwaarden van de vergunde frequentieruimte, en die andere houders een hoger signaalniveau in de aan hen vergunde frequentieruimte gaan ondervinden dan dat bij de toepassing van het eerste en tweede lid door de vergunninghouder het geval zou zijn, en
- b. door de in deze overeenkomst(en) opgenomen bepalingen wordt gewaarborgd dat interferentie op anderen dan die partij zijn bij de overeenkomst(en), wordt voorkomen.
- 4. Het gebruik vindt plaats in overeenstemming met de bilaterale overeenkomst.
- 5. De vergunninghouder mag afwijken van het vierde lid voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden, vermeld in de geldende multilaterale overeenkomst.
- 1. geen ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal van radiozendapparaten in andere radiozend- of ontvangstapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen, en
- 2. in het frequentiegebied van 100 kHz tot en met 2,5 GHz in ziekenhuizen alsmede op de percelen waar deze ziekenhuizen staan geen piekwaarde van de elektrische veldsterkte die gelijk is aan of hoger is dan 5,4 volt per meter.
- 1. De zendsignalen van de basisstations gebruiken de frequentieband 2124,9 MHz–2139,7 MHz. Voor de zendsignalen van basisstations gelden de volgende maximale gemiddelde e.i.r.p. waarden van het zendsignaal per antenne4Voor een basisstation configuratie met maximaal 4 antennes per sector:
- a. indien de frequentieband 2124,9 MHz–2139,7 MHz de laagste 14,8 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:
- 1° van 2114,9 MHz tot 2119,9 MHz: 11 dBm/5 MHz
- 2° van 2119,9 MHz tot 2124,9 MHz: 16,3 dBm/5 MHz
- 3° van 2124,9 MHz tot 2139,7 MHz: 65 dBm/5 MHz
- b. indien de frequentieband 2124,9 MHz–2139,7 MHz de hoogste 14,6 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan gelden de volgende waarden:
- 1° van 2124,9 MHz tot 2139,7 MHz: 65 dBm/5 MHz
- 2° van 2139,7 MHz tot 2144,7 MHz: 16,3 dBm/5 MHz
- 3° van 2144,7 MHz tot 2149,7 MHz: 11 dBm/5 MHz
- c. Indien de frequentieband 2124,9 MHz–2139,7 MHz niet de laagste of de hoogste 14,6 MHz is van een aaneengesloten blok frequentieruimte dan geldt een waarde van: 65 dBm/5 MHz.
- 2. Voor frequentieruimte waarop het gestelde onder 1 niet van toepassing is, geldt voor zendsignalen van de basisstations op frequenties tussen 2110 MHz en 2170 MHz een maximale gemiddelde e.i.r.p. van 9 dBm/5 MHz per antenne.5Voor een basisstation configuratie met maximaal 4 antennes per sector