Bijlage A Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015: bij artikel 17, eerste en tweede lid

Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015

Indien in het voertuig hulpbesturing aanwezig is, geldt ten aanzien van het gebruik van de hulpbesturing dat: Het bijplaatsen van lading is toegestaan, indien deze lading: Voor modulaire voertuigen geldt dat het modulair samengestelde voertuig het kenteken van het voor het achterste asstel afgegeven kenteken moet voeren. Het voertuig of samenstel van voertuigen moet bij gebruik in onbeladen toestand volledig zijn ingeschoven. Een samenstel van voertuigen voor exceptioneel transport moet tot een lengte van maximaal 27 meter, naar beide zijden een cirkel kunnen beschrijven binnen een ruimte die wordt begrensd door twee concentrische cirkels zoals in onderstaande tabel en tekening is vermeld zonder dat één van de buitenpunten van de voertuigen buiten de omtrek van de cirkels komt. Voor een samenstel van voertuigen waarvan het getrokken voertuig een getrokken werktuig is moet deze vanaf een lengte van 22 meter voldoen aan onderstaande tabel en tekening Combinatie lengte ( CL) (m) Buiten straal (m) Bestreken baan (m) Binnen straal (m) Uitscheer maat (m) Doorreden hoek (°) CL ≤ 17,00 12,50 ≤ 7,20 ≥ 5,30 ≤ 0,80 270 17,00 < CL ≤ 20,00 12,50 ≤ 7,20 ≥ 5,30 ≤ 1,20 120 20,00 < CL ≤ 23,00 14,50 ≤ 8,00 ≥ 6,50 ≤ 1,40 120 23,00 < CL ≤ 27,00 16,50 ≤ 9,00 ≥ 7,50 ≤ 1,70 120 Indien een ander, vervangend, voertuig of samenstel van voertuigen dan in de ontheffing is vermeld bij de uitvoering van het exceptioneel transport wordt gebruikt, geldt onverminderd het bepaalde in artikel 1 van deze bijlage, het volgende: Bij de uitvoering van een exceptioneel transport vindt de communicatie tussen de chauffeur en de transportbegeleider indien dit niet in het Nederlands is, plaats in een gangbare, voor beiden begrijpelijke taal.