Art. 2 Dierproevenregeling 2014, Instellingsvergunning
1. Een aanvraag om een instellingsvergunning wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier in bijlage 1 bij deze regeling.
2. Vervallen.
3. Na verlening van de instellingsvergunning meldt de vergunninghouder aan de Minister onverwijld:
a. iedere wijziging van de personen bedoeld in artikel 6, derde lid, van de wet;
b. elke significante wijziging van de structuur of de werking van een inrichting van de vergunninghouder, die het dierenwelzijn negatief kan beïnvloeden.