Art. 30 Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen, Technische toetsingscriteria

Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen

1. De bijzondere bromfiets is voorzien van een goed werkende mechanische stuurinrichting.

2. De stofhoezen zijn niet zodanig beschadigd dat die hoezen niet meer afdichten.

3. De koppelingen en verbindingen zijn spelingsvrij.

4. De voor overbrenging van de stuurkrachten noodzakelijke onderdelen zijn deugdelijk bevestigd.

5. De bediening van de stuurinrichting, alsmede de koppelingen, worden door geen enkel onderdeel van de bijzondere bromfiets belemmerd.