Bijlage 4 Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015: bij artikel 4.1, tweede lid
Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015
Verificatieverklaringen hernieuwbare brandstof worden afgegeven bij:
- a. de producent van de hernieuwbare brandstof, en
- b. afnemers van de hernieuwbare brandstof, die die hernieuwbare brandstof inboeken.
- A. De verificatieverklaring hernieuwbare brandstof die wordt afgegeven bij de producent van de hernieuwbare brandstof voldoet aan de volgende eisen:
- 1. Met betrekking tot de totstandkoming van de verklaring is en blijft de verificateur hernieuwbare brandstof bekend met de administratieve processen en de productie-installatie van de brandstof. De verificateur hernieuwbare brandstof bezoekt daarom de productielocatie ten minste:
- a. eenmaal per jaar tijdens het initieel onderzoek;
- b. eenmaal per jaar in ieder jaar waarin verklaringen worden uitgegeven.
- 2. Als onderdeel van de verificatie hernieuwbare brandstof wordt nagegaan of:
- a. de fysieke brandstof uit een hernieuwbare bron als bedoeld in artikel 2 onderdeel a van de richtlijn hernieuwbare energie wordt geproduceerd;
- b. de daarbij benodigde energie volledig uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de richtlijn hernieuwbare energie afkomstig is, en
- c. de productie van hernieuwbare energie financieel is gestimuleerd via een subsidie per opgewekte hoeveelheid hernieuwbare energie dan wel via een subsidie voor de productie van de voor de productie van de hernieuwbare brandstof gebruikte energie.
- 3. Met betrekking tot de totstandkoming van de verificatieverklaring hernieuwbare energie wordt of de seggregatie-methode als ‘traceerbaarheidketen’systeem gehanteerd dan wel indien de hernieuwbare brandstof met niet-hernieuwbare brandstof wordt gemengd, wordt slechts het deel van het mengsel dat fysiek uit hernieuwbare brandstof afkomstig is (dus naar rato van de gemengde hoeveelheden) als hernieuwbare brandstof beschouwd. Voor vloeibare hernieuwbare brandstoffen is het massabalanssysteem uit artikel 18, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie niet van toepassing.
- 4. Met betrekking tot de totstandkoming van de verklaring vergewist de verificateur hernieuwbare brandstof zich er van dat alle partijen en organisaties bij wie gedurende het verificatieproces informatie wordt verzameld deze informatie minimaal vijf jaar bewaren.
- 5. Met betrekking tot de hernieuwbare herkomst van de grondstoffen en energie
- a. is de verificatieverklaring hernieuwbare brandstof gericht op het verschaffen van een redelijke mate van zekerheid;
- b. wordt de energie-inhoud op basis van de onderste verbrandingswaarde van hernieuwbare brandstof in de verklaring overgenomen van bestaande gegevens of wordt die waarde in opdracht van de producent van de hernieuwbare brandstof bepaald door een laboratorium dat voor die werkzaamheden geaccrediteerd is overeenkomstig ISO/IEC 17025;
- 6. Met betrekking tot de hoeveelheid grondstoffen en energie
- a. omvat de verificatieverklaring hernieuwbare brandstof:
- 1°. de hoeveelheden hernieuwbare brandstof, waaronder tevens worden verstaan de onderste verbrandingswaarde en energie-inhoud;
- 2°. de aantoonbaarheid van productie van hernieuwbare energie, waaronder wordt verstaan de bron van hernieuwbare energie waaruit de brandstof is geproduceerd;
- 3°. het land waarin de hernieuwbare brandstof is geproduceerd;
- 4°. de broeikasgasemissie in CO2eq/MJ, berekend overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
- b. stemt de hoeveelheid hernieuwbare brandstof waarvoor deverklaring wordt afgegeven, overeen met de hoeveelheid grondstof en/of hernieuwbare energie die voor zijn productie aangewend is.
- 7. Met betrekking tot de geverifieerde hernieuwbare brandstof:
- a. wordt in de verificatieverklaring hernieuwbare brandstof de hoeveelheid brandstof gespecificeerd die in een vastgestelde tijdsperiode geleverd is, evenals de afnemer;
- b. wordt voor een geproduceerde hoeveelheid hernieuwbare brandstof per afnemer een verklaring met een unieke code afgegeven, waarbij de som van de hoeveelheden waarop deze verklaringen betrekking hebben, niet meer bedraagt dan de oorspronkelijke geproduceerde hoeveelheid.
- B. De verificatieverklaring hernieuwbare brandstof die wordt afgegeven bij de afnemer die de hernieuwbare brandstof inboekt, voldoet aan de volgende eisen:
- 1. Met betrekking tot de totstandkoming van de verificatieverklaring hernieuwbare brandstof is en blijft de verificateur hernieuwbare brandstof bekend met de administratieve processen van de afnemer. De verificateur hernieuwbare brandstof bezoekt daarom de locatie van de afnemer ten minste:
- a. eenmaal per jaar tijdens het initieel onderzoek;
- b. eenmaal per jaar in ieder jaar waarin verklaringen worden uitgegeven.
- 2. Met betrekking tot de totstandkoming van de verificatieverklaring hernieuwbare brandstof:
- a. vergewist de verificateur hernieuwbare brandstof zich er van dat alle partijen en organisaties bij wie gedurende het verificatieproces informatie wordt verzameld deze informatie minimaal vijf jaar bewaren;
- b. vergewist de verificateur hernieuwbare brandstof zich ervan dat een verificatieverklaring productie hernieuwbare brandstof aanwezig is waarop de inboekende partij als afnemer staat vermeld en waarvan de hoeveelheid hernieuwbare brandstof overeen stemt met de hoeveelheid op de uit te geven verklaring inboeking hernieuwbare brandstof;
- c. neemt de onafhankelijke instelling de verificatieverklaring productie hernieuwbare brandstof in;
- d. geeft de verificateur hernieuwbare brandstof het unieke nummer van de verklaring weer volgens het formaat xxx.9999999, waarbij de drie letters betrekking hebben op de identificatiecode van de verificatie-instelling.
- 3. Met betrekking tot het transport van hernieuwbare brandstof van de producent naar de afnemer:
- a. is de verificatieverklaring hernieuwbare brandstof gericht op het verschaffen van een redelijke mate van zekerheid;
- b. wordt de segregatiemethode als ‘traceerbaarheidsketen’ systeem gehanteerd dan wel indien de hernieuwbare brandstof met niet hernieuwbare brandstof wordt gemengd, wordt slechts het deel van het mengsel dat fysiek uit hernieuwbare brandstof afkomstig is (dus naar rato van de gemengde hoeveelheden) als hernieuwbare brandstof beschouwd. Voor vloeibare hernieuwbare brandstoffen is het massabalanssysteem uit artikel 18, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie niet van toepassing,
- c. vergewist de verificateur hernieuwbare brandstof zich er op basis van transportdocumenten, die in de administratie van de inboeker aanwezig dienen te zijn, van dat de hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof, zoals vermeld op de verificatieverklaring productie hernieuwbare brandstof, is geladen bij de producent;
- d. vergewist de verificateur hernieuwbare brandstof zich er op basis van transportdocumenten, die in de administratie van de inboeker aanwezig dienen te zijn, van dat:
- 1°. de hernieuwbare brandstof niet vermengd met andere brandstoffen is gelost bij de inboeker, dan wel
- 2°. indien de hoeveelheid hernieuwbare brandstof, zoals vermeld op de verificatieverklaring productie hernieuwbare brandstof en geladen bij de producent, vermengd is met een hoeveelheid andere brandstoffen, zowel de hoeveelheid hernieuwbare brandstof als de hoeveelheid andere brandstof zijn gelost bij de inboeker, of
- 3°. indien de hoeveelheid hernieuwbare brandstof, zoals vermeld op de verificatieverklaring hernieuwbare brandstof is geladen bij de producent, vermengd is met een hoeveelheid andere brandstoffen en de gemengde hoeveelheid niet in het geheel bij de inboeker zijn gelost, op basis van de transportdocumenten naar rato is ingeboekt.