Bijlage 1 Regeling paardensperma 2015: bij artikel 27, eerste, tweede en vierde lid
Regeling paardensperma 2015
- 1. De monstername en het onderzoek als bedoeld in artikel 27, eerste lid, wordt als volgt uitgevoerd:
- a. Met betrekking tot het testen op CEM wordt een kweek(meng)monster van de penisschacht (voorhuid), urethra en fossa glandis van de hengst genomen. Dit monster wordt in een transportmedium met actieve kool (bijvoorbeeld Amies-medium) naar het laboratorium verzonden. Het monster wordt onderzocht door middel van een kweek, PCR of real-time PCR en dient negatief te zijn.
- b. Met betrekking tot het testen op EVA wordt een serumneutralisatietest uitgevoerd. Indien het dier seropositief is, wordt een virusisolatietest, een PCR of een real-time PCR op een deel van het volledige sperma uitgevoerd die negatief dient te zijn.
- 2. De monstername en het onderzoek als bedoeld in artikel 27, tweede lid, wordt als volgt uitgevoerd:
- a. Met betrekking tot het testen op CEM wordt één kweek(meng)monster uit de fossa clitoralis en de clitorale sinussen van de bokmerrie genomen. Dit monster wordt in een transportmedium met actieve kool (bijvoorbeeld Amies-medium) naar het laboratorium verzonden. Het monster dient negatief te zijn.
- b. Met betrekking tot het testen op EVA wordt een serumneutralisatietest uitgevoerd. Het dier dient seropositief te zijn.
- 3. De procedure als bedoeld in artikel 27, vierde lid, wordt als volgt uitgevoerd:
- a. Indien een hengst of bokmerrie bacteriologisch positief wordt getest op CEM, wordt het dier afgezonderd en behandeld of verwijderd van het paardenspermawincentrum. De overige dieren op het centrum worden direct getest waarbij bacteriologisch positieve dieren eveneens worden afgezonderd of verwijderd. De resterende dieren worden 30 dagen na de afzondering of verwijdering van de positieve dieren hertest op CEM, waarna eventueel positieve dieren worden afgezonderd of verwijderd van het centrum. De laatste stap wordt herhaald tot het moment dat de testuitslag van alle resterende dieren negatief is. Positieve dieren die in afzondering zijn gehouden en behandeld dienen na tenminste 7 dagen bij een systemische behandeling of na tenminste 21 dagen bij een lokale behandeling bemonsterd en met negatief resultaat getest te worden op CEM, alvorens zij weer vrij verklaard kunnen worden.
- b. Indien een hengst serologisch positief wordt getest op EVA, wordt het dier afgezonderd en ondergaat het een virusisolatietest, een PCR of een real-time PCR op een deel van het volledige sperma. Bij een negatief resultaat kan de afzondering worden opgeheven. Bij een positief resultaat wordt de hengst verwijderd en worden de overige dieren op het centrum direct getest waarbij serologisch positieve dieren eveneens worden afgezonderd en een virusisolatietest, een PCR of een real-time PCR ondergaan, die negatief dient te zijn. Positieve dieren worden verwijderd van het paardenspermawincentrum. Alle resterende seronegatieve dieren worden 30 dagen na de afzondering of verwijdering van de positieve dieren hertest. Een bokmerrie die serologisch negatief reageert in de test wordt van het wincentrum verwijderd.