Bijlage 1 Regeling Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten: copro 14080
Regeling Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten
Voorheen begrotingsgefinancierde instellingen, die per 2014 zijn overgegaan op prestatiebekostiging: huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten Versie 3.0, september 2014 Het Controleprotocol ‘Vaststelling transitiebedrag 2014 Voorheen begrotingsgefinancierde instellingen, die per 2014 zijn overgegaan op prestatiebekostiging: huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’ (protocol) bevat het toetsingskader voor de door de externe accountant uit te voeren controle van de juistheid van het schaduwbudget en de omzet uit prestatiebekostiging3De begrippen ‘schaduwbudget’ en ‘omzet uit prestatiebekostiging’ zijn gedefinieerd in de beleidsregel ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’. in het formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’. Het doel van het protocol is niet om de aanpak van het onderzoek voor te schrijven, maar om de kaders te geven waarbinnen het onderzoek moet plaatsvinden. De zorgaanbieder moet het door de externe accountant gewaarmerkte formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’, ondertekend door het bestuur van de zorgaanbieder en de zorgverzekeraars, voorzien van een controleverklaring voor 1 juni 2015 indienen bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Het bestuur van de zorgaanbieder dient zich in het formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’ te verantwoorden over het schaduwbudget en de omzet uit prestatiebekostiging. Door middel van accountantsonderzoek stelt de externe accountant vast dat het door de zorgaanbieder verantwoorde schaduwbudget en de omzet uit prestatiebekostiging in het formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’ zowel op juiste wijze aansluiten op de jaarrekening 2014 als juist zijn berekend met inachtneming van de geldende NZa beleidsregel (kenmerk: BR/CU-2110) en nadere regel (kenmerk: NR/CU-243) ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’. Het object van onderzoek is de door de zorgaanbieder opgestelde formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’. Het
- − Beleidsregel ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’ (BR/CU-2110)
- − Regeling ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten ‘(kenmerk: NR/CU-259)
- − Beleidsregel ‘Eerstelijnsdiagnostiek’ (met kenmerk BR/CU-2114)
- − Artikel 13 van de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg’ (BR/CU-2130)
- − Beleidsregels ‘huisartsenlaboratoria’ (kenmerk BR/CU-2098),
- − Beleidsregel ‘trombosediensten’ (met kenmerk BR/CU-2083),
- − ‘Regeling medisch specialistische zorg’ (kenmerk NR/CU-257), deze regeling bevat algemene registratie en declaratiebepalingen.4Van deze regeling zijn artikel 16, artikel 18.2 en artikel 19 van toepassing.
- − ‘Regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten
- − medisch specialistische zorg’ (kenmerk NR/CU-252) deze regeling schrijft voor wanneer
- − en op welke wijze huisartsenlaboratoria en zelfstandige
- − trombosediensten kostprijzen aanleveren aan de NZa.
- − ‘Regeling verplichte publicatie wachttijden somatische zorg’ (kenmerk: CI/NR-100.110), deze regeling bevat voorschriften wanneer en op welke wijze gegevens betreffende de wachttijden gepubliceerd moeten worden.
- – Het formulier juist en volledig is ingevuld, rekening houdend met de toelichting/invulinstructie die onderdeel van het formulier vormt.
- – De in het formulier opgenomen cijfermatige gegevens aansluiten op de jaarrekening en, voor zover niet uit de jaarrekening af te leiden, op juiste wijze zijn ontleend aan de intern beschikbare registraties.
- – De in het formulier opgenomen cijfermatige gegevens zijn opgenomen in overeenstemming met de van toepassing zijnde de NZa-beleidsregels en nadere regels zoals vermeld in paragraaf 3.1 van dit protocol.