Bijlage 1 Beleidsregels waarderingskader uitvoering Wet kinderopvang: aandachtspunten voor toezicht en handhaving kinderopvang
Beleidsregels waarderingskader uitvoering Wet kinderopvang
De aandachtspunten maken geen deel uit van het oordeel van de inspectie. De VNG, GGD GHOR Nederland en de Inspectie van het Onderwijs hebben gezamenlijk een Handreiking Bedrijfsvoering opgesteld voor gemeenten. Deze handreiking wordt in september 2014 beschikbaar gesteld aan gemeenten en biedt ondersteuning bij de uitvoering van de toezichtstaak. Inspectie van het Onderwijs Postbus 2730 | 3500 GS Utrecht www.onderwijsinspectie.nl 2014 - 17 | gratis ISBN: 978-90-8503-341-7 Een exemplaar van deze publicatie is te downloaden vanaf de website van de Inspectie van het Onderwijs: www.onderwijsinspectie.nl. © Inspectie van het Onderwijs | augustus 2014
- ○ Bestuurlijk commitment Voor optimale capaciteit en deskundigheid op het terrein van kinderopvang en peuterspeelzalen is het van belang dat het gemeentelijk bestuur zich committeert aan een goede uitvoering van toezicht en handhaving kinderopvang.
- ○ Ambtelijk commitment Het is belangrijk dat de verantwoordelijke ambtenaren, net als het bestuur, zich hard maken en inzetten voor een goed toezicht en handhaving kinderopvang. Zij moeten zich bewust zijn dat het uiteindelijk om het welzijn van jonge kinderen gaat.
- ○ Personele capaciteit Het is belangrijk dat zowel gemeenten als GGD’en (tijdig) inschatten welke capaciteit nodig is voor de uitvoering van de taken op het gebied van de kinderopvang. Hiervoor dient capaciteit vrijgemaakt te worden. Alleen met optimale capaciteit is het mogelijk voor gemeente en GGD om alle verplichte jaarlijkse onderzoeken tijdig uit te voeren en adequaat te handhaven op de geconstateerde tekortkomingen.
- ○ Procesbeschrijving Een beschrijving/toedeling van taken en verantwoordelijkheden in het toezicht op en de handhaving van de kinderopvang is belangrijk. Met een goede beschrijving is binnen de organisatie duidelijk wie voor welke taken verantwoordelijk is en welke taken uitgevoerd moeten worden. Bij eventueel tijdelijke uitval van de behandelend medewerker kan een vervanger de taken makkelijker overnemen. Door binnen de gemeente iemand aan te wijzen als vaste achtervang, wordt de opgedragen taak geborgd, wat ook de uitvoering van het handhavingsproces borgt. Dit vermindert het risico op achterstand. Bij de meeste gemeenten is toezicht en handhaving kinderopvang een kleine uitvoeringstaak. Hierdoor is het ook voor de verantwoordelijke medewerker makkelijk om te kunnen terugvallen op een procesbeschrijving. Deze beschrijving zou, naast beschrijvingen van taken en verantwoordelijkheden, ook communicatie met GGD, voortgangsbewaking en regierol in de planning mogen bevatten. Bij de gemeenten die actief gebruikmaken van de Gemeenschappelijke Inspectieruimte Handhaven (GIR Handhaven) is de taakverdeling en de borging al georganiseerd. In die gevallen is een procesbeschrijving minder noodzakelijk.
- ○ Financiën Het rijk stelt middelen beschikbaar voor de uitvoering van de wettelijke taken. Voor een efficiënte besteding is het verstandig als betrokken beleidsambtenaren deze middelen tijdig claimen. Door contact te onderhouden met de gemeentelijke afdeling financiën, blijven hij/zij op de hoogte van de besluiten die in dit kader worden genomen. Nieuwsbrieven en websites van de VNG en GGD GHOR Nederland geven informatie over beleidsontwikkelingen en de afspraken die landelijk over toezicht gemaakt worden.
- ○ Landelijk Expertisecentrum Toezicht en Handhaving Kinderopvang van de VNG Het expertisecentrum biedt hulp aan gemeenten in de vorm van juridisch advies en ondersteuning, modelhandhavingsbeleid en modelbrieven. Ook kunnen gemeenten vragen stellen over complexere handhavingszaken. De VNG is aanwezig bij regio-overleg. Zij verzorgt regelmatig scholing op inhoudelijk niveau voor juridische medewerkers en beleidsmedewerkers. Het is efficiënt om hiervan gebruik te maken.
- ○ Regierol ten opzichte van de GGD De gemeente is wettelijk eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de verplichte jaarlijkse onderzoeken. Van belang is dat zij haar regierol ten opzichte van de GGD daarom actief invult. Bovendien betaalt de gemeente de GGD voor de uitgevoerde inspecties. Het is zaak dat beide partijen zich de eigen rol goed bewust zijn. Dit is ook van toepassing op de tijdige afhandeling van de aanvragen.
- ○ Communicatie tussen gemeente en GGD Vooral bij de uitvoering van de onderzoeken is goede en regelmatige communicatie tussen gemeente en GGD van belang. Samen kunnen zij afspraken maken over de planning en de voortgang van de onderzoeken, de risicoprofielen, welke locaties nader onderzoek krijgen, enzovoort. Regelmatige communicatie is van belang als de voortgang van onderzoeken stagneert. Gemeente en GGD kunnen zo gezamenlijk proberen bij te sturen om achterstanden te voorkomen.
- ○ Adequate planning Het is raadzaam met de GGD een adequate planning van alle onderzoeken af te spreken, inclusief tijdspad (week of maand of kwartaal). Door deze planning actief bij te houden, is het voor de gemeente inzichtelijk wanneer de GGD locaties in eigen gemeenten onderzoekt.
- ○ Voortgangsbewaking onderzoeken Voortgangsbewaking helpt om goed te volgen of alle onderzoeken tijdig en zonder vertraging worden uitgevoerd. De regierol is hierbij in handen van de gemeente. Daarbij is het aan te raden om de voortgang van de uitvoering van de verplichte onderzoeken periodiek te bespreken met de GGD, inclusief eventuele acties om bij te stellen.
- ○ Plannen op regioniveau Omdat de GGD op regioniveau opereert kan de planning ook op regioniveau worden gemaakt. Tevens zou in de regionale overleggen de voortgang van de uitvoering van de onderzoeken gezamenlijk met de andere gemeenten besproken kunnen worden.
- ○ Handhavingstaak duidelijk beleggen Het is zaak om binnen de gemeentelijke organisatie de handhavingstaak van kinderopvang te structureren zodat deskundige inbreng is gewaarborgd.
- ○ Voortgangsbewaking ingezette acties/ GIR Handhaven Voor een goed overzicht is het belangrijk dat de gemeente een voortgangsbewaking hanteert voor de ingezette handhavingsacties. Op die manier is er een duidelijk controlespoor voor het handhavingsproces. Data van inspectiebezoeken van de GGD kunnen worden gekoppeld aan een overzicht van alle aanwezige kinderopvanglocaties binnen de gemeente. De GGD geeft bij elk inspectierapport een eindadvies en brengt daarbij de tekortkomingen in beeld. Deze kunnen in het systeem weergegeven worden. Het is vervolgens van belang dat handhavingsacties per geconstateerde tekortkoming inzichtelijk zijn, inclusief de afgesproken hersteltermijnen. Na afloop van deze hersteltermijnen kan men resultaten van de ingezette handhavingsacties in een voortgangssysteem bijhouden. Zijn de tekorten na de hersteltermijn nog niet opgelost, dan vindt zo nodig nader onderzoek plaats. Het verloop daarvan kan ook in dit systeem worden bijgehouden. Met dit systeem beperkt de gemeente bij eventuele uitval van de behandelend medewerker de achterstand. Toegankelijkheid is dan ook noodzakelijk voor iedere betrokken medewerker. Veel gemeenten maken inmiddels gebruik van GIR Handhaven. Dit kan een invulling geven aan het voortgangssysteem.
- ○ Mandatering handhavingstaken Gemeenten kunnen ervoor kiezen de uitvoering van een deel van de handhavingstaken te mandateren aan de GGD. Gemeenten en GGD-en kunnen hier aan de hand van werkafspraken praktische invulling aan geven.
- ○ Communicatie tussen gemeente en GGD Goede en tijdige afspraken over communicatie tussen gemeente en GGD zijn essentieel. Idealiter hebben zij na afronding van het rapport contact over de geconstateerde tekortkomingen en de handhavingsadviezen, zeker als sprake is van een moeilijke situatie. Dit initiatief kan uitgaan van de GGD-toezichthouder, maar ook de gemeenteambtenaar kan hierbij het voortouw nemen. Ook is het van belang dat gemeente en GGD van elkaar weten wat de ander doet bij tekortkomingen en wel of geen inzet van handhaving bij een kinderopvanglocatie.
- ○ Samenwerking met andere gemeenten De handhavingstaak is een relatief kleine uitvoeringstaak. Hierdoor is borging van de kwaliteit en deskundigheid een probleem. Dit kan ondervangen worden door samen te werken met andere gemeenten, bijvoorbeeld in een grote centrumgemeente of op GGD-regioniveau. Dan verloopt ook de communicatie tussen de GGD-en gemeenten effectiever en efficiënter.
- ○ Handhavingsbeleid In de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen is geen verplichting opgenomen dat het handhavingsbeleid door het college van B&W moet worden vastgesteld. De eindverantwoordelijkheid voor de handhaving is wel belegd bij het college van B&W. De betrokken partijen (VNG, GGD GHOR Nederland, SZW, inspectie) zijn van mening dat vaststelling van een handhavingsbeleid voor een adequate uitvoering binnen de gemeente wenselijk is. Het is belangrijk dat het handhavingsbeleid wordt vastgesteld door het college van B&W. Met dit beleid kan de gemeente de motivering van een handhavingsactie, rechtsgelijkheid en transparantie borgen richting de houders. Gemeenten kunnen incidenteel afwijken van hun handhavingsbeleid, maar moeten dit onderbouwen. De inspectie toetst of de gemeente de handhaving uitvoert conform het eigen handhavingsbeleid.
- ○ Handhaving binnen redelijke termijn De gemeente moet voortvarend handhaven. Het gaat hier om de eerste actie die de gemeente onderneemt richting houder nadat er een definitief inspectierapport beschikbaar is waarin tekortkomingen zijn vastgesteld. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn verschillende algemene beginselen van behoorlijk bestuur opgenomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel. Het project Achterblijvende Gemeenten Kinderopvang heeft bij de beoordeling van de handhaving een aantal van deze beginselen aan gemeenten 'meegegeven' als pijlers voor een handhavingsbeleid. Dit geldt ook voor de 'redelijke' termijn. De Wko geeft de gemeente geen termijn om de handhaving op te pakken, c.q. uit te voeren. De Awb geeft in artikel 4:14 een periode van acht weken als redelijke termijn. In die situatie gaat het echter over een besluit op een aanvraag en niet over het inzetten van handhaving. Toch gebruikt de inspectie deze termijn als richtsnoer voor het formuleren van een aandachtspunt ten aanzien van de tijd tussen het ontvangen van het GGD-rapport en het daadwerkelijk optreden naar de houder door de gemeente. De acht weken-termijn is echter wel afhankelijk van de situatie. Is de veiligheid van kinderen in het geding en is snelle actie geboden, dan is acht weken te lang. Op 28 februari 2013 heeft Bureau Bartels het rapport ‘Effectiviteit van de handhaving in de kinderopvang’ gepubliceerd. Eén van de bevindingen uit het onderzoek is dat handhaving het meest effectief is als er binnen twee weken na constatering een handhavingsactie wordt ingezet. Dit heeft een positieve invloed op het nalevingsgedrag van houders in de kinderopvang. In zijn brief van 29 november 2013 aan de Kamer heeft de minister van SZW aangegeven dat ‘de tijdigheid van de inzet van de handhavingsinterventies bepalend is voor de effectiviteit van de handhaving’.
- ○ Taken en verantwoordelijkheden Het is belangrijk dat de gemeentelijke organisatie haar taak en verantwoordelijkheid voor het juist, actueel en volledig houden van het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) zichtbaar en duidelijk belegt.
- ○ Autorisatie en borging Voor een actueel LRKP is het van belang dat minimaal twee medewerkers geautoriseerd zijn om hiermee te werken. Bij ziekte en vakantie kan de gemeente zo borgen dat mutaties actueel, juist en volledig worden ingevoerd.
- ○ Samenwerking met andere gemeenten Voor kwaliteitsborging en deskundigheid kan samenwerking met andere gemeenten van belang zijn, vooral voor de kleinere gemeenten.