Bijlage I Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Intensivering Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014): achtergrond
Op 10 juni 2010 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een besluit genomen waarmee beleidsregels en een subsidieplafond voor het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014 zijn vastgesteld.4Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 2 juni 2010, nr. DSO/GA-265/10, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring van internationale maatschappelijke organisaties op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) en HIV/aids op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014), Stcrt. 2010, nr. 8769. Dit fonds is gericht op financiering van activiteiten van internationale maatschappelijke organisaties die met betrekking tot een aantal Nederlandse prioritaire thema’s uit de beleidsnotitie ‘Hiv/aids en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in het buitenlands beleid, Keuzes en Kansen’ (2009), een strategische meerwaarde hebben. Dit betreft vooral het behalen van de doelstellingen van het Actieprogramma van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling (1994), de zogeheten Cairo agenda, en doelen voor universele toegang tot hiv/aids preventie, behandeling, zorg en ondersteuning. Het maximale subsidiebedrag van 40 miljoen euro onder dit fonds is op 29 oktober 2010 toegekend aan een viertal organisaties: De Minister voor Buitenlandse Handel en Internationale Samenwerking heeft de afgelopen jaren middelen ter beschikking gesteld voor het maatschappelijke middenveld voor activiteiten op het terrein van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). Deze subsidiëring vindt plaats binnen het kader van vijf verschillende subsidiebeleidskaders: het Fonds Keuzes en Kansen (2011–2014), het Key Populations Fonds (2011–2015)5Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 26 april 2011, nr. DJZ/BR-0418/11, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlands
- – International Planned Parenthood Federation (IPPF),
- – International HIV/AIDS Alliance (IHAA),
- – Ipas,
- – PSI.
- 1) Adolescenten, jongeren en seksualiteit;
- 2) Alle facetten van geboorteregeling in de context van SRGR;
- 3) Veilige abortus;
- 4) Harm reduction.
- A. Internationaal draagvlak vergroten voor en uitvoering geven aan voor Nederland prioritaire thema’s op het gebied van SRGR en hiv/aids.
- B. Bevorderen van integrale benadering van SRGR en hiv/aids in beleid, programmering en uitvoering.
- C. Vergroten van toegang tot preventie en gezondheidsfaciliteiten voor vrouwen, jongeren en gemarginaliseerde groepen.
- D. Empowerment van vrouwen, jongeren en gemarginaliseerde groepen.
- 1) Adolescenten, jongeren en seksualiteit:
- a) Bieden van een breed pakket van informatie en educatie op het gebied van seksualiteit, relaties en vaardigheden voor adolescenten en jongeren, waaronder bescherming en bevordering van hun rechten en van gendergelijkheid.
- b) Inzetten op toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidsfaciliteiten, waaronder condoomverstrekking en preventie van hiv en andere soa’s.
- c) Verlenen van een breed pakket van seksuele en reproductieve gezondheidszorg.
- 2) Alle facetten van geboorteregeling in de context van SRGR:
- a) Inzetten op lobby, pleitbezorging en/of dienstverlening voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, waaronder geboorteregeling en seksuele oriëntatie.
- b) Inzetten op soa- en hiv-preventie en toegang tot behandeling als geïntegreerd onderdeel van programma’s voor seksuele en reproductieve gezondheid en geboorteregeling.
- c) Leveren van diensten op het gebied van informatievoorziening, voorzieningen voor de gezondheid van vrouwen en moeders en het verstrekken van producten ten behoeve van seksuele en reproductieve gezondheid.
- 3) Veilige abortus:
- a) Bieden van informatie en voorzieningen voor veilige abortus, inclusief nazorg.
- b) Inzetten op preventie van ongewenste zwangerschappen, met name geboorteregeling en counseling.
- c) Inzetten op decriminaliseren en legaliseren van abortus.
- 4) Harm reduction:
- a) Bieden van een breed pakket van maatregelen voor harm reduction ten behoeve van mensen die drugs gebruiken en hun intieme partners en kinderen.
- b) Ontwikkelen van harm reduction-strategieën en -programma’s in samenwerking met vertegenwoordigers van de doelgroepen (drugsgebruikers, hun partners, sekswerkers, gevangenen, kinderen die op straat leven en werken).
- c) Inzetten op capaciteitsopbouw, lobby en pleitbezorging ter bescherming en bevordering van de rechten van gemarginaliseerde groepen.
- 1. De additionele activiteiten hebben betrekking op één van de in paragraaf IV genoemde thema’s (dat wil dus zeggen niet meer dan één). Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.
- 2. De subsidieaanvraag bedraagt maximaal € 2.500.000. Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.
- 3. De looptijd van de additionele activiteiten start niet eerder dan 1 januari 2015 en eindigt uiterlijk op 31 december 2015. Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.
- 4. De additionele activiteiten vormen een vervolg op, dan wel een uitbreiding van de activiteiten waarvoor reeds subsidie is verleend in het kader van het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014, in de vorm van (i) een intensivering van geplande interventies en/of (ii) het opnemen van aanvullende activiteiten die doelbereiking van de lopende activiteiten kunnen verbeteren. Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.
- 1. Bijdrage aan doelstellingen Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014: De mate waarin de voorgenomen (additionele) activiteiten bijdragen aan één van de in paragraaf IV van deze beleidsregels genoemde doelstellingen. Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.
- 2. Analyse van het lopende programma: Het voorstel waarvoor organisaties financiering aanvragen is een aanvulling op een al lopend programma dat wordt gefinancierd onder het Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014. De aanvrager dient aan de hand van een analyse van de voortgang van het programma, inzicht te geven in de behaalde resultaten, eventuele moeilijkheden in de uitvoering, de internationale context, ontwikkelingen in partnerlanden, de rol van betrokken actoren en de uitvoeringscapaciteit.
- 3. Uitwerking van Outcomes en Outputs: De aanvrager dient aan de hand van het logical framework van het lopende programma, de verschillen in outcomes en outputs die het additionele programmavoorstel zal bewerkstelligen toe te lichten, door op kwalitatieve en kwantitatieve wijze aan te geven hoe, waar en voor hoeveel meer mensen de additionele activiteiten de doelbereiking van het lopende programma zullen vergroten.
- 4. Uitwerking van het verband tussen outputs, activiteiten en middelen: De aanvrager beschrijft in een budget welke middelen nodig zijn om de voorgenomen outputs te realiseren. In dit budget onderbouwt de aanvrager het verband tussen de te bereiken outputs en de daarvoor benodigde activiteiten en middelen.
- 5. Uitwerking van beoogde outcomes, outputs en middelen in SMART-systematiek: de mate waarin de verwachte outcomes van het reeds lopende programma en de outputs en middelen van het nieuwe programmavoorstel Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden zijn uitgewerkt. Dit blijkt uit het voorstel en bijbehorende begroting.
- 6. Duurzaamheid: aangezien de additionele financiering slechts beschikbaar is voor maximaal 12 maanden, maakt de aanvrager/penvoerder aannemelijk dat het programmavoorstel zodanig aansluit op een lopend programma dat het (i) in korte tijd kan worden opgeschaald en/of geïntensiveerd, (ii) na afloop van de subsidie kan worden voortgezet en (iii) een blijvend effect voor de uiteindelijke doelgroep heeft en (iv) bijdraagt aan de institutionele duurzaamheid van de lokale partnerorganisaties. De aanvrager dient ook aandacht te besteden aan de wijze waarop resultaten worden gedocumenteerd en beschikbaar worden gesteld.
- 1. Activiteitenplan met daarin een overzicht van activiteiten, naar aard, omvang, fasering en onderling verband, in relatie tot de daarmee beoogde doelstellingen en resultaten en verwachte effecten voor de periode waarin de activiteiten worden uitgevoerd.
- 2. Een gedetailleerde en sluitende begroting behorende bij het activiteitenplan voor de periode waarvoor de additionele financiering wordt gevraagd.
- 3. Liquiditeitsprognose per jaar voor de gehele activiteitenperiode en, indien van toepassing, een overzicht van financiële bijdragen van andere donoren voor de voorgestelde activiteiten.