Bijlage 4.3.2 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies: behorend bij artikel 4.3.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Bij uw vaststellingsaanvraag moet u als bijlage de puttestrapportage toevoegen, voor zover die nog niet bij ons in bezit is. In dit Model Puttestrapportage staat aangegeven welke resultaten u moet laten zien en welke onderbouwing wij van u nodig hebben. Uit artikel 4.3.13, eerste lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies volgt dat u binnen 8 weken na een puttest de resultaten incl. puttestinterpretatie toezendt aan RVO. Als u verbeterwerkzaamheden uitvoert, moet u ook na afloop daarvan vastleggen wat het nieuwe vermogen is, door een nieuwe puttest of nieuwe puttesten uit te voeren. Uit artikel 4.3.13, tweede lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies volgt dat u binnen acht weken na de verbeterwerkzaamheden, de resultaten van deze puttest aan RVO dient te verstrekken. TNO faciliteert het samenstellen van deze Bijlage b door via www.nlog.nl de volgende hulpmiddelen beschikbaar te stellen: De beschrijving van de hoofdlijnen van de technische eisen aan boring en puttest is onderdeel van dit document. Zorg ervoor dat boorders en boormanagement op de hoogte zijn van de technische eisen aan de boring en puttest, voorafgaand aan de werkzaamheden! Gegevens voor testinterpretatie Waarde Dimensie Naam van de put Coördinaten van de put (X, Y) m (RD) Top aquifer m (langs boorgat) m (TVD) Basis aquifer m (langs boorgat) m (TVD) Dikte aquifer m (TVT) Netto/bruto aquifer % Gemiddelde porositeit aquifer % Zoutgehalte formatiewater (TDS = total dissolved solids) ppm Temperatuur geproduceerde water1 °C Diameter boorgat bij aquifer inch Top productie-interval/filter m (langs boorgat) m (TVD) Basis productie-interval/filter m (langs boorgat) m (TVD) Filter permeabiliteit /weerstand Darcy of bar Locatie pomp m (langs boorgat) m (TVD) Locatie meetsonde voordruk m (langs boorgat) m (TVD) 1 Deze temperatuur wordt als gemiddelde aquifertemperatuur beschouwd.Meetreeks Put Deviatie1 Diepte (mAH), diepte (m TVD), inclinatie, azimuth, dX, dY Schema verbuizing2 Sectie Einddi
- • Gedetailleerde beschrijving van de technische eisen aan boring en puttest. Hierin wordt ook ingegaan op de aanvullende testmogelijkheden en het testen na verbeterwerkzaamheden.
- • Het softwarepakket ‘DoubletCalc’.
- • Een handleiding/documentatie van DoubletCalc, die ingaat op het werken met DoubletCalc maar ook op de achterliggende methodiek.
- 1. Boorgatmetingen, die onderbouwen dat het geteste interval is gecompleteerd over de beoogde aquifer (bij voorkeur Gamma-ray).
- 2. Meetreeks putdeviatie (diepte – mAH; diepte – mTVD; inclinatie; azimuth; dX, dY)
- 3. Schema boorgat met verbuizing en pomplocatie, sondelocatie en gegevens op welke diepte het filter is afgehangen of de perforatie is geschoten.
- 4. Beschrijving van de clean-up.
- 5. Totale meetreeksen van de test of testen (druk, temperatuur, debiet, tijd).
- 6. Onderbouwing van de parameters uit de resultaattabel, dat is rapportage van de interpretatie van de puttesten en rapportage van de petrofysica (bepaling porositeit) incl. toelichting van de gebruikte methodiek.
- 7. Indien van toepassing, motivatie voor de gekozen verbeterwerkzaamheden en een korte bespreking van het verloop van deze werkzaamheden.
- 8. Een presentatie van het ‘realisatiescenario’, bij voorkeur als in- en uitvoerscherm van DoubletCalc, of op vergelijkbare wijze.
- • Gegevens en analyses gebruikt bij de evaluatie van de puttest, zoals o.a. een gedetailleerde beschrijving van de gerealiseerde putarchitectuur en diepte/locatie (zowel in Along Hole (AH) diepte als in True Vertical Depth (TVD)) van alle pomp(en)/druksensoren/stroommeter(s) voor elke specifieke test (ondersteund door schematische tekeningen van de opstelling) en analyses van het formatiewater.
- • De (onbewerkte en bewerkte) meetreeksen van verschillende testen (datum en tijd, druk, temperatuur, debiet, zandproductie en opgeloste hoeveelheden gas en/of olie), inclusief alle parameters die relevant zijn voor de interpretatie van elke individuele test, in digitaal format.
- • Resultaten van de interpretatie van de puttest of puttesten, inclusief de onderbouwende en begeleidende rapportages.
- • Rapporten m.b.t. de ijking en verificatie van de gebruikte meetinstrumenten.
- • Data op basis waarvan de aquiferdefinitie is bepaald.
- • transmissiviteit (kH, het product van permeabiliteit (kh) en (netto) dikte)
- • (mechanische) skin
- • productiviteits-/injectiviteitsindex (debiet/Δp (op reservoirdiepte)). Hierbij dient aangegeven te worden bij welke temperatuur deze bepaald is.
- • Optioneel 2Indien de aanvrager wenst te rekenen met de daadwerkelijk aangetroffen anisotropie, dan dient hij deze tijdens de puttest eenduidig en reproduceerbaar te bepalen. De aanvrager kan er ook voor kiezen dit niet te doen. Dan dient uitgegaan te worden van de anisotropie uit het acceptatiescenario.: anisotropie (kh/kv). De kv kan bijvoorbeeld bepaald worden in het geval de put gedevieerd is of slechts gedeeltelijk is geperforeerd, of d.m.v. een verticale interferentie test.
- • het bereik van de sensoren en stromingsmeters aansluit bij het verwachte debiet en de verwachte drukken.
- • er voldoende voorzieningen zijn getroffen om het geproduceerde water op te vangen, af te voeren en/of te bufferen.
- • er voorzieningen zijn getroffen om zandproductie tegen te gaan, zoals het plaatsen van een scherm of filter.
- • er wordt voorkomen dat het opgelegde drukverschil resulteert in de vorming van positieve skin in de nabijheid van de put op reservoirdiepte door bijvoorbeeld 'reservoir fines migration' of borehole collapse.
- • de put schoon is geproduceerd (skin = 0, of zo laag mogelijke positieve skin).
- • de shut-in voor de build-up direct plaatsvindt en niet geleidelijk of in meerdere stappen. Dit heeft invloed op de ‘early time’ (gebied in de directe nabijheid van de put) en daarom ook op de analyseresultaten.
- • effecten van ongewenste drukgolfinterferentie door bijvoorbeeld 'wellbore storage' of beweging van de pomp op de testgegevens is geminimaliseerd.
- • effecten van ongewenste stroommetinginterferenties worden geminimaliseerd door het goed positioneren van de stroommeters in relatie tot andere oppervlaktefaciliteiten. Het is bijvoorbeeld aan te raden de flow meter niet te dicht bij bochten te plaatsen of achter de ontgasser. Daarnaast moeten de regimes van de stroommeters goed passen bij de geplande debieten.
- • de duur van de puttest dusdanig lang is dat het Infinite Acting Radial Flow (IARF) stromingsregime bereikt is. IARF vindt plaats na afloop van de wellbore storage en vóórdat de reservoirgrenzen zijn bereikt.
- 1. ‘Clean-up’ van de put.
- 2. Optioneel: put insluiten voor initiële build-up (2-4 uur) ter referentie voor de final build-up.
- 3. Test de put in 3 opeenvolgende stappen met significant verschillende debieten (multi-rate test).
- 4. Finale build-up (tenminste zolang dat IARF is bereikt, maar minimaal 12 en liefst 24 uur). De vereiste duur van de build-up wordt mede bepaald door de kwaliteit van het reservoir en de aantoning van eventuele grenseffecten zoals breuken.
- • Slechts gedeeltelijk aanboren van de totale dikte van de aquifer.
- • Foutieve plaatsing van de perforatie of het filter ten opzichte van het beoogde productie- of injectie-interval.
- • Afwijking van de bij aanmelding opgegeven niet-geologische parameters.
- • Mechanische skin.
- • Andere problemen met de put.