Bijlage 4.2.16 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies: behorende bij artikel 4.2.113 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (Studies voor duurzame industrie (STUDI))
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Het algemene doel van de subsidiemodule Studies voor duurzame industrie (STUDI) is het ondersteunen van studies naar de haalbaarheid van pilotprojecten, demonstratieprojecten of projecten met uitontwikkelde technologie die bijdragen aan het kosteneffectief reduceren van de CO2-emissies in industriële processen binnen tien jaar na de afloop van de studie in de industrie in Nederland. Met behulp van een haalbaarheidsstudie, milieustudie of vergelijkbare studie kan worden besloten om te starten met een pilotproject, demonstratieproject of een project met betrekking tot uitontwikkelde technologie of verder te gaan naar de volgende fase van detailed engineering en constructie in voorbereiding op een dergelijk project. Te onderzoeken project Pilotproject Demonstratieproject Project met uitontwikkelde technologie Type studie Haalbaarheidsstudie (art. 25 AGVV) X Milieustudie (art. 49 AGVV) X X Vergelijkbare studie (de-minimis) X X De studies binnen deze programmalijnen bestaan in hoofdzaak uit bureaustudie, zoals literatuuronderzoek, marktverkenning, concurrentieanalyse, juridisch haalbaarheidsonderzoek, pre-engineering en onderdelen van Front End Engineering Design (FEED). Onder de CO2-reductiedoelstelling van deze subsidiemodule valt ook: Onder de reikwijdte van de doelstelling vallen geen studies voor pilotprojecten, demonstratieprojecten of projecten met uitontwikkelde technologie die investeringen betreffen in milieubescherming als bedoeld in artikel 36 van de algemene groepsvrijstellingsverordening of energie-efficiëntiemaatregelen anders dan in gebouwen als bedoeld in artikel 38 van de algemene groepsvrijstellingsverordening en die tevens betrekking hebben op uitrusting, machines en industriële productiefaciliteiten die van fossiele brandstoffen gebruikmaken, met inbegrip van die welke van aardgas gebruikmaken. Studies voor projecten die de installatie van uitbreidingen betreffen die het niveau van milieubescherming van bestaande uitrusting, machines en industriële p
- • het vermijden van toekomstige CO2-emissie als gevolg van een investering in nieuw te realiseren fabrieken met activiteiten die nieuw zijn in Nederland, ten opzichte van de CO2-emissie die het gevolg zou zijn van een gangbare, minder duurzame referentie-investering. Daarbij dient de opgevoerde referentie-investering te voldoen aan de minimale milieustandaarden die in Nederland gelden;
- • het afvangen van atmosferische of biogene CO2 om vervolgens in te zetten in de glastuinbouw, de productie van synthetische brandstoffen of de permanente of langdurige vastlegging van die CO2;
- • het produceren van:
- ○ groen gas door middel van vergassing van reststromen;
- ○ duurzame transportbrandstoffen;
- • het produceren en importeren van hernieuwbare waterstof(dragers) voor de industrie en mobiliteit.
- • studies gericht op de geologische opslag van CO2 op land;
- • studies gericht op CO2-afvang bij elektriciteitsproductie of elektriciteit- en warmteproductie uit fossiele brandstoffen met uitzondering van AVI’s of AEC’s.
- a. direct gebruik van hernieuwbare waterstof(dragers) als brandstof voor de industrie (energetisch gebruik);
- b. hernieuwbare waterstof(dragers) als grondstof voor de industrie. Dit omvat ook de productie van synthetische brandstoffen;
- c. directe toepassing van groene elektronen in elektrochemische koolstof gebaseerde reacties en plasmatechnologie.
- • projecten waarbij het nominaal thermisch ingangsvermogen van de beoogde productie-installatie op commerciële schaal minder dan 5 MW is;
- • projecten waarbij minder dan 40% van de verwerkte grondstoffen, op basis van energetische waarde, van biogene oorsprong is;
- • projecten waarin syngas direct wordt ingezet voor de productie van warmte of elektriciteit;
- • projecten die primair de productie van waterstof betreffen;
- • projecten die primair de productie van recycled carbon fuels of de productie van biochar betreffen.