Bijlage 4.13.3 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies: behorende bij aikel 4.13.1 van de Regeling Nationale EZK- en LNV-subsidies
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Inleiding 1.1 Introductie rekenmethode voor subsidieberekening NIKI 1.2 Leeswijzer en inhoudsopgave 1.3 Begrippenlijst 2. Rekenmethodiek subsidie NIKI 2.1 Rekenmodel op basis van kasstromen 2.2 Berekening 2.3 Stappenplan berekening Stap 1 – De totale economische levensduur Stap 2 – Bepaal de investeringskosten (CAPEX) Stap 3 – Bepaal de omzet Stap 4 – Bepaal de exploitatiekosten (OPEX) Stap 5 – Verminder de exploitatiekosten (OPEX) met eventuele operationele voordelen Stap 6 – Verdisconteer de OPEX en de omzet Stap 7 – Europese Subsidie 3. Toepassing rekenmethode gedurende NIKI-project 3.1 Algemeen 3.2 De investeringsfase 3.3 De exploitatiefase 3.4 Vaststelling Dit document beschrijft de NIKI rekenmethode en dient als instructie om de methode correct toe te passen. Naast dit document zal voor het voorbereiden van NIKI-aanvragen een ‘NIKI rekenmodel subsidie’ gepubliceerd worden, dat zorgt voor een uniforme wijze van indienen. Dit rekenmodel zal tegelijk met de publicatie van de regeling in de Staatscourant worden gepubliceerd op de site van RVO. U dient het ingevulde rekenmodel bij uw aanvraag in. Deze rekenmethode voor de subsidieberekening van de NIKI beschrijft de stappen die gevolgd moeten worden door de aanvrager voor het berekenen van de subsidie. De aanvrager moet de rekenmethode toepassen in verschillende fasen van het NIKI-project, zoals weergegeven in onderstaande tabel.13In alle gevallen waarin de inhoud van deze handleiding afwijkt van de officiële regelingstekst en de bijbehorende toelichting, hebben de regelingstekst en toelichting voorrang. Wanneer? Hoe? Wat en waarom? Aanvraag Op basis van verwachte kosten en opbrengsten tot en met einde economische levensduur. Ondersteuning middels rapportage van de accountant. De aanvrager dient onder andere in: • subsidievraag in euro’s; • projectbegroting met berekening van de totale subsidiabele kosten, voorzien van mijlpalen met begroting voor de investeringsfase; • bod (geboden subsidie-intensiteit) in euro
- • CAPEX: investeringskosten
- • OPEX: exploitatiekosten verminderd met eventuele operationele voordelen
- • WACC: Weighted Average Cost of Capital voor de onderneming
- • n: het relevante operationele jaar
- • N: economische levensduur van de NIKI-installatie
- • €markt: gewogen gemiddelde marktprijs van het product in jaar n.
- • Eenheden geproduceerd: productievolume in jaar n.
- • 40% van de gevraagde subsidie; of
- • De totale investeringskosten bij aanvraag.
- • Kosten voor reeds bestaande installaties: tenzij het gaat om kosten voor het aanpassen van deze installaties om ze geschikt te maken voor het project.
- • Exploitatiekosten (OPEX): Lopende kosten voor het functioneren van de installaties, zoals energieverbruik, routine-onderhoud, reparaties, en arbeidskosten. Zie hiervoor Stap 4.
- • Training van Personeel (Buiten Inbedrijfstelling): Kosten voor het opleiden van personeel dat niet direct gerelateerd is aan het operationeel maken van de nieuwe installaties.
- • Onderzoek en Ontwikkeling (R&D): Kosten die gemaakt worden voor onderzoek en ontwikkeling die niet direct gelinkt zijn aan de ontwikkeling of verbetering van de specifieke NIKI-installaties of machines voor het project. Hierbij kan gedacht worden aan het optimaliseren van andere installaties in de bedrijfsvoering.
- • Marketing en Verkoopkosten: Uitgaven voor marketingactiviteiten, marktonderzoek, en verkoopinspanningen die niet direct bijdragen aan de aanschaf, installatie, of inbedrijfstelling van fysieke activa.
- • Financieringskosten: Rente, afsluitkosten van leningen en andere financiële lasten.
- • Elektriciteit: Het gaat hier bijvoorbeeld om een nieuwe aansluiting op het net of de bestaande verbinding moet worden uitgebreid. Alle kosten gerelateerd hieraan moeten worden overwogen bij het bepalen van de relevante kosten, voor zover deze niet zijn gemaakt voordat de NIKI-aanvraag is ingediend.
- • CO2: In gevallen waar CO2-infrastructuur betrokken is, kunnen de kosten gerelateerd aan het aansluiten op de hoofdinfrastructuur worden meegenomen in de relevante kostenberekening.
- • Warmte: Net als bij CO2, in gevallen waar warmte-infrastructuur betrokken is, kan investering in infrastructuur gerelateerd aan het aansluiten op de hoofdinfrastructuur worden opgenomen.
- • Circulaire of biobased grondstoffen: de kosten gerelateerd aan voorbehandeling, infrastructuur en nutsvoorzieningen kunnen worden overwogen in de relevante kostenberekening.
- • Waterstof: Vergelijkbaar met Warmte en CO2.
- • Overig: Extra kosten in vergelijking met de meest gebruikte fossiele referentie, bijvoorbeeld nafta vergeleken met een fossiel naftanet.
- • Installatie en inbedrijfstelling: Kosten voor het installeren van de NIKI-apparatuur en NIKI-machines, en het operationeel maken daarvan. Dit kan ook trainingen voor personeel omvatten, zodat zij de apparatuur correct kunnen bedienen en onderhouden. Let wel, zoals aangeven zijn dit alleen kosten die technisch noodzakelijk en uitsluitend dienstbaar zijn voor de realisatie van het project.
- 1) De onderhoudskosten gedurende de investeringsfase indien er een noodzaak is om kapitaalgoederen te vervangen die essentieel zijn voor de voortzetting van de werking van de NIKI-installaties in hun huidige staat en geen deel uitmaken van regulier onderhoud.
- 2) Daarnaast moeten de aankoop- en installatiekosten voor nieuwe materialen worden berekend en geen deel uitmaken van regulier onderhoud.
- • vaste exploitatiekosten;
- • variabele exploitatiekosten;
- • onderhoudskosten; en
- • vennootschapsbelasting exclusief energie-investeringsaftrek (EIA).
- • Huur of Lease van bedrijfsruimte
- • Brutoloonkosten
- • Verzekeringen
- • Grondstoffen en materialen
- • Energieverbruik
- • Brandstofkosten
- • Verpakkingsmaterialen
- • Verzend- en Transportkosten
- • Utilities, zoals verbruik van stoom, water en perslucht.
- • afschrijvingen en amortisatie van de NIKI-installaties, dit zijn geen kasstromen;
- • afschrijvingen en amortisatie van bestaande installaties vóór NIKI die zijn gewijzigd vanwege het NIKI-project (bijvoorbeeld in geval van elektrificatie, procesefficiëntie), dit zijn geen kasstromen;
- • financieringskosten: rente, afsluitkosten van leningen en andere financiële lasten;
- • kosten die deel uitmaken van de investeringskosten; en
- • kosten voor zover die niet technisch noodzakelijk en niet uitsluitend dienstbaar zijn aan het NIKI-project.
- • de extra inkomsten uit de verkoop van EU ETS-uitstootrechten; en
- • de extra inkomsten uit de verkoop van emissierechten voor de Nederlandse CO2-heffing.
- i. De directe CO2-uitstoot van alle broeikasgasinstallaties binnen het NIKI-proces, die toerekenbaar is onder het EU-ETS;
- ii. De verwachte hoeveelheid gratis rechten voor diezelfde broeikasgasinstallaties;
- 1. De ‘Unlevered Beta adjusted for cash’ voor West-Europa, per sector, zoals gepubliceerd door Professor Damodaran (zie https://pages.stern.nyu.edu/~adamodar/pc/datasets/betaEurope.xls);
- 2. De eigen, voor kasmiddelen gecorrigeerde Beta, uitsluitend voor beursgenoteerde ondernemingen, onder vermelding van de bron en de gehanteerde berekeningsmethode; of
- 3. Een gemiddelde, voor kasmiddelen gecorrigeerde Beta van vergelijkbare beursgenoteerde ondernemingen.
- a. De gemiddelde Beta is afgeleid uit ten minste vijf en maximaal zeven beursgenoteerde ondernemingen;
- b. U onderbouwt waarom deze ondernemingen representatief zijn voor uw bedrijf, waarbij u in ieder geval de volgende criteria meeneemt:
- • omzetomvang;
- • sectorale aansluiting;
- • aantal medewerkers;
- • geografische omzetverdeling; en
- • productportfolio;
- c. U vermeldt expliciet de bron(nen) en de gehanteerde berekeningswijze voor de vaststelling van deze gemiddelde Beta.
- • de maximaal toegestane subsidie volgens de NIKI rekenmethodiek, onder toepassing van het claw-back mechanisme;
- • de subsidie-intensiteit als opgenomen in de aanvraag (€/ton CO2) vermenigvuldigd met de daadwerkelijk vermeden CO2 emissie (ton) cumulatief over de exploitatiefase van het NIKI project; of
- • de toegekende subsidie.
- • 40% van de gevraagde subsidie; of
- • de totale investeringskosten bij aanvraag.
- • de benodigde subsidie volgens de NIKI rekenmethodiek, onder toepassing van het claw-back mechanisme;
- • de subsidie-intensiteit volgens de aanvraag (€/ton CO2) vermenigvuldigd met de daadwerkelijk vermeden CO2-emissie (ton) cumulatief over de exploitatiefase van het NIKI project; of
- • de toegekende subsidie.
- • Bod: € 50/ton vermeden CO2
- • Geraamde emissiebesparing volgens NIKI CO2 emissiereductie methode: 1.200.000 ton CO2
- • Toegekende subsidie: € 60.000.000, gebaseerd op het bod vermenigvuldigd met de geraamde CO2 emissiebesparing.
- • Gerealiseerde emissiebesparing: minstens 1.200.000 ton CO2. Bedrag (bod x gerealiseerde emissiereductie) ≥ € 60.000.000.
- • Benodigde subsidie berekend uit de NIKI rekenmethode: € 55.000.000, is € 5.000.000 lager dan de toegekende subsidie
- • Bedrag (bod x gerealiseerde emissiereductie) ≥ toegekende subsidie > benodigde subsidie.
- • Claw-back mechanisme: 40% van de gerealiseerde efficiëntie is voor de onderneming, 40% x € 5.000.000 = € 2.000.000.
- • Vast te stellen subsidie = benodigde subsidie + aandeel in de claw-back = € 55.000.000 + 2.000.000 = € 57.000.000.
- • Controle: de subsidie-intensiteit daalt (tot € 57.000.000/1.200.000 ton CO2 = € 47,5/ton vermeden CO2). Dit is minder dan het bod, en daarom toegestaan.
- • Gerealiseerde emissiebesparing: 1.100.000 ton CO2. Bedrag (bod x gerealiseerde emissiereductie) = € 55.000.000.
- • Benodigde subsidie berekend uit de NIKI rekenmethode: € 50.000.000, is € 10.000.000 lager dan de toegekende subsidie
- • Bedrag toegekende subsidie > (bod x gerealiseerde emissiereductie) > benodigde subsidie
- • Claw-back mechanisme: 40% van de gerealiseerde efficiëntie is voor de onderneming, 40% x € 10.000.000 = € 4.000.000.
- • Vast te stellen subsidie = benodigde subsidie + aandeel in de claw-back = € 50.000.000 + 4.000.000 = € 54.000.000.
- • Controle: de subsidie-intensiteit daalt (tot € 54.000.000/1.100.000 ton CO2 = € 49,0/ton vermeden CO2). Dit is minder dan het bod, en daarom toegestaan.
- • Gerealiseerde emissiebesparing: 1.100.000 ton CO2. Bedrag (bod x gerealiseerde emissiereductie) = € 55.000.000.
- • Benodigde subsidie berekend uit de NIKI rekenmethode: € 52.000.000, is € 8.000.000 lager dan de verleende subsidie
- • Claw-back mechanisme: 40% van de gerealiseerde efficiëntie is voor de onderneming, 40% x € 8.000.000 = € 3.200.000. Benodigde subsidie + aandeel in de claw-back = € 52.000.000 + 3.200.000 = € 55.200.000
- • Bedrag toegekende subsidie > benodigde subsidie + aandeel in de claw-back > (bod x gerealiseerde emissiereductie)
- • Vast te stellen subsidie = (bod x gerealiseerde emissiereductie) = € 55.000.000. De subsidie-intensiteit is in dit scenario de beperkende factor, en blijft bij de subsidievaststelling gelijk aan het bod (hetgeen is toegestaan).
- • Als de subsidie zou zijn vastgesteld onder verwerking van de volledige claw-back, dan zou de subsidie-intensiteit meer worden dan het bod (hetgeen niet is toegestaan).
- • Gerealiseerde emissiebesparing: 1.300.000 ton CO2. Bedrag (bod x gerealiseerde emissiereductie) = € 65.000.000.
- • Benodigde subsidie berekend uit de NIKI rekenmethode: € 62.000.000, is € 2.000.000 hoger dan de verleende subsidie
- • Bedrag (bod x gerealiseerde emissiereductie) > benodigde subsidie > toegekende subsidie
- • Vast te stellen subsidie = toegekende subsidie = € 60.000.000.
- • Controle: de subsidie-intensiteit daalt (tot € 60.000.000/1.300.000 ton CO2 = € 46,1/ton vermeden CO2). Dit is minder dan het bod, en daarom toegestaan.
- • Gerealiseerde emissiebesparing: 1.100.000 ton CO2. Bedrag (bod x gerealiseerde emissiereductie) = € 55.000.000.
- • Benodigde subsidie berekend uit de NIKI rekenmethode: € 62.000.000, is € 2.000.000 hoger dan de verleende subsidie
- • Benodigde subsidie > toegekende subsidie > bedrag (bod x gerealiseerde emissiereductie)
- • Vast te stellen subsidie = (bod x gerealiseerde emissiereductie) = € 55.000.000. De subsidie-intensiteit is in dit scenario de beperkende factor, en blijft bij de subsidievaststelling gelijk aan het bod (hetgeen is toegestaan).
- • Gerealiseerde emissiebesparing: 1.300.000 ton CO2. Bedrag (bod x gerealiseerde emissiereductie) = € 65.000.000.
- • Benodigde subsidie berekend uit de NIKI rekenmethode: € 70.000.000, is € 10.000.000 hoger dan de toegekende subsidie
- • Benodigde subsidie > (bod x gerealiseerde emissiereductie) > toegekende subsidie
- • Vast te stellen subsidie = toegekende subsidie = € 60.000.000.
- • Controle: de subsidie-intensiteit daalt (tot € 60.000.000/1.300.000 ton CO2 = € 46,1/ton vermeden CO2). Dit is minder dan het bod, en daarom toegestaan.