Bijlage 3.30.1 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies: behorende bij de artikelen 3.30.1, 3.30.3 en 3.30.7 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (Circular Plastics NL)

Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

In 2022 is het programma Circular Plastics NL toegekend vanuit het Nationaal Groeifonds. Dit programma wil de recycling van kunststoffen nationaal een impuls geven door huidige knelpunten weg te nemen. Het programma Circular Plastics NL wil een geïntegreerde aanpak faciliteren en kent acht programmalijnen: De subsidiemodule Circular Plastics NL heeft voor de openstelling in 2026 betrekking op de programmalijnen P1 t/m P6. De subsidiemodule Circular Plastics NL kent twee typen projecten: Het doel van Circular Plastics NL-onderzoeksprojecten is onderzoek naar of ontwikkeling van processen, methodieken of technieken gericht op: Onderzoeksprojecten moeten betrekking hebben op één van de volgende onderwerpen: Het doel van Circular Plastics NL-showcases is om knelpunten in een circulaire waardeketen van een materiaalstroom in een bepaalde (product)keten weg te nemen, door het doen van technisch onderzoek en het valideren van de technologie op pilotschaal (pilotproject) of demonstratieschaal (showcase met een onderdeel investering in een CPNL-demonstratieproject). Projecten moeten betrekking hebben op één van de volgende onderwerpen: Het Circular Plastics NL programma is gericht op hoogwaardige recycling, waarmee plastic afvalstoffen opnieuw worden verwerkt tot producten, materialen of stoffen voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel (andere plastic toepassing). Projecten die gericht zijn op energieterugwinning uit plastic afvalstromen of het opwerken van plastic afvalstromen tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal vallen daarmee buiten de doelstelling van de subsidiemodule Circular Plastics NL en komen niet in aanmerking voor subsidie. Voor het sluiten van plastic waardeketens is samenwerking tussen de verschillende spelers in een waardeketen van groot belang. Minimaal 1 onderneming uit de waardeketen dient vertegenwoordigd te zijn in het samenwerkingsverband om tot toepasbare projectresultaten te komen.