Art. 3.9.7 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, Afwijzingsgronden

Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 150.000;

b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger het ontwikkelingsproject en de daarop volgende fase van commercialisatie kan financieren;

c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger een ontwikkelingsproject zowel in technische als in economische zin tot een succes zal kunnen maken;

d. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger de subsidie terug kan betalen binnen de in artikel 3.9.8, vijfde lid, genoemde periode;

e. van het ontwikkelingsproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

2. De afwijzingsgrond, genoemd in artikel 23, onderdeel a, van het besluit is niet van toepassing.