Art. 2.7.7 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, Informatieverplichtingen
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2.7.2 bevat ten minste:
a. gegevens over de aanvragers die deel uitmaken van het samenwerkingsverband, waaronder de nummers waaronder de aanvragers zijn geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, de post- en bezoekadressen en de rekeningnummers;
b. gegevens van de contactpersoon van de penvoerder, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. het projectplan;
d. een projectbegroting;
e. de samenwerkingsovereenkomst.
2. Het projectplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bevat in ieder geval een beschrijving van:
a. de geplande activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
b. de doelstellingen van het project;
c. de wijze van uitvoering van het project en de rol en de taken van de bij de uitvoering betrokken partijen;
d. het verwachte aantal agrarisch ondernemers dat deelneemt in een begeleidingstraject;
e. het verwachte aantal in te huren procesbegeleiders;
f. afspraken over de rolverdeling tussen het samenwerkingsverband en andere actoren in het gebied met relevante coachingsinstrumenten;
g. een omschrijving van hoe in de begeleidingstrajecten rekening wordt gehouden met de randvoorwaarden en de kaders van de relevante provinciale gebiedsplannen met betrekking tot de opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat;
h. een communicatiestrategie;
i. een planning.
3. De projectbegroting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, bevat ten minste:
a. de omvang van de gevraagde subsidie per deelnemer in het samenwerkingsverband met, indien van toepassing, een overzicht van de uren die de deelnemer gaat besteden aan de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
b. de totale kosten van het project.
4. De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, bevat ten minste een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende regionale agrarische organisaties en de verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen van de deelnemers, alsmede een bepaling waaruit blijkt dat de penvoerder bevoegd is om namens de deelnemers aan het samenwerkingsverband te handelen.