Art. 2.3.7 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, Hoogte subsidie
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De subsidie bedraagt 20% van de subsidiabele kosten.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie voor apparatuur, installaties of machines als bedoel in artikel 2.3.2, eerste lid, onderdelen d, f, i, j en k, 30% van de subsidiabele kosten.
3. De subsidie bedraagt per glastuinbouwonderneming of per glastuinbouwonderneming die deelneemt aan een samenwerkingsverband ten minste € 2.500 per aanvraag en voor de apparatuur, installaties of machines, bedoeld in:
a. artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel a, ten hoogste € 35.000 bij 0,1 tot en met 2,0 hectare en ten hoogste € 210.000 vanaf 2,0 hectare;
b. artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel b, ten hoogste € 250.000 voor een fysieke aansluiting op een extern warmtenet en ten hoogste € 150.000 voor een fysieke aansluiting op een doorkoppeling van warmte tussen twee verwarmingsinstallaties van een of meerdere kassen;
c. artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel c, ten hoogste: € 100.000 voor onderdeel 1°; € 50.000 voor onderdeel 2°; € 75.000 voor onderdeel 3°;
d. artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel d, ten hoogste: € 250.000 voor onderdeel 1°; € 525.000 voor onderdeel 2°; € 225.000 voor onderdeel 3°; € 600.000 voor onderdeel 4°; € 600.000 voor onderdeel 5°;
e. artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel e, ten hoogste € 100.000;
f. artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel f, ten hoogste € 600.000;
g. artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel g, ten hoogste € 500.000;
h. artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel h, ten hoogste € 75.000;
i. artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel i, ten hoogste € 600.000;
j. artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel j, ten hoogste € 350.000;
k. artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel k, ten hoogste € 450.000.