Art. 2.28.7 Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, Afwijzingsgronden

Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, indien:

a. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de intermediaire onderneming gedurende de looptijd van het investeringsproject volledige zeggenschap heeft over het investeringsproject;

b. de intermediaire onderneming niet beschikt over:

1°. een geldige registratie als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

2°. de vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van het investeringsproject;

c. het investeringsproject niet een werkingsprincipe of basistechniek betreft, zoals opgenomen in bijlage 2.28.1;

d. de bewerkingscapaciteit door het investeringsproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet toeneemt;

e. de voor subsidie in aanmerking komende kosten lager zijn dan € 150.000; of

f. uit de beschrijving van het mestbewerkingsproces blijkt dat de massa van te bewerken mest voor meer dan 50% uit pluimveemest bestaat.