Bijlage 2 Regeling examenreglement en PTA staatsexamens vwo-havo-vmbo 2015: bij de Regeling examenreglement en PTA staatsexamens VO 2015 van 17 juni 2014, nummer CvE-14.01698
Regeling examenreglement en PTA staatsexamens vwo-havo-vmbo 2015
Inhoud Artikel 1 Definities 14 Artikel 2 Aanmelden 14 Artikel 3 Indeling examen 15 Artikel 4 Vakken staatsexamen 15 Artikel 5 Examendossier, werkstukken 15 Artikel 6 Afwijkende wijze van examineren 15 Artikel 7 Onregelmatigheden 16 Artikel 8 Schriftelijk/mondeling examen, schriftelijke toets 16 Artikel 9 Gang van zaken tijdens het examen 17 Artikel 10 Beoordeling mondeling examen of praktisch examen 17 Artikel 11 Profielwerkstuk en ‘oriëntatie op studie en beroep’ vwo/havo 17 Artikel 12 Sectorwerkstuk en ‘oriëntatie op leren en werken’ vmbo 18 Artikel 13 Uitslag 18 Artikel 15 Uitslagregeling 18 Artikel 16 Herkansing 19 Artikel 17 Uitreiking diploma en cijferlijst 19 Artikel 18 Certificaat 20 Artikel 19 Ontheffingen/vrijstellingen 20 Artikel 20 Bewaren en inzien van schriftelijk examenwerk 20 Artikel 21 Geheimhouding 21 Artikel 22 Aansprakelijkheid 21 Artikel 23 Klachten en bezwaar 21 Artikel 24 Gevallen onvoorzien 21 Bijlage 1 Eindexamen vwo 21 Bijlage 2 Eindexamen havo 23 Bijlage 3 Eindexamen vmbo tl 24 Volgens artikel 2 lid 3 sub a van de Wet College voor toetsen en examens stelt het College voor Toetsen en Examens bij regeling het examenreglement vast. Het examenreglement omvat procedurele en organisatorische regelingen voor de uitvoering van het centraal examen en het college-examen en inhoudelijke bepalingen. Voor de toepassing van dit Reglement wordt verstaan onder: Kandidaten dienen zich aan te melden vóór 1 januari 2015. Artikel 7 van het Staatsexamenbesluit VO BES heeft betrekking op de vakken voor het behalen van het diploma vwo, havo en/of vmbo. Zie de bijlagen 1, 2 en 3. Het College kan toestaan dat een kandidaat met een beperking het eindexamen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van de kandidaat. Tenzij sprake is van een objectief waarneembare lichamelijke handicap dient een deskundigenverklaring als beschreven in artikel 55 van het Eindexamenbesluit VO te worden opgesteld. Indien de aanpassing het centraal
- Commissie staatsexamens VO: commissie namens het College belast met het organiseren en afnemen van staatsexamens Voortgezet Onderwijs;
- Centraal examen: het centraal examen bedoeld in artikel 4 lid 1 van het Staatsexamenbesluit VO BES;
- College-examen: het college-examen bedoeld in artikel 4 lid 1 van het Staatsexamenbesluit VO BES;
- College: et College voor Toetsen en Examens genoemd in artikel 2 lid 1 van de Wet College voor toetsen en examens;
- Deelstaatsexamen: het examen in één of meer van de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken;
- DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs, de uitvoeringsdienst van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- Examenonderdeel: het centraal examen of het college-examen;
- Onze Minister: onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- Staatsexamen: het staatsexamen ter verkrijging van een diploma vwo, havo, of vmbo.
- 1. Het staatsexamen bestaat uit een aantal vakken, een profielwerkstuk voor havo en vwo en een sectorwerkstuk voor vmbo theoretische leerweg.
- 2. Een staatsexamenvak bestaat uit een centraal examen en/of een college-examen. Het centraal examen is identiek aan het centraal examen voor de dagscholen. Het college-examen bestaat uit:
- a. een schriftelijke toets en een mondeling examen, of
- b. een schriftelijke toets, of
- c. een mondeling examen, of
- d. een praktisch examen.
- 3. Het staatsexamen wordt afgenomen overeenkomstig het desbetreffende examenprogramma, vastgesteld op grond van artikel 6 van het Eindexamenbesluit VO BES.
- 4. Ten aanzien van het college-examen geldt dat:
- a. keuzes die ingevolge het in het tweede lid bedoelde examenprogramma moeten of kunnen worden gemaakt door de school, worden gemaakt door het College, en
- b. het College kan afwijken van de voorschriften met betrekking tot het schoolexamen die om praktische redenen in het college-examen niet uitvoerbaar zijn, er rekening mee houdend dat het college-examen zoveel mogelijk gelijkwaardig blijft aan het schoolexamen.
- 5. Het College stelt jaarlijks op grond van artikel 2 lid 4 sub a van de Wet College voor toetsen en examens voor elk vak een programma van toetsing en afsluiting vast in de vorm van vakinformatie.
- 6. Deze vakinformatie bevat, naast de door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vastgestelde onderwerpen voor het centraal examen, regels omtrent alle onderdelen van het college-examen. In de vakinformatie wordt in elk geval aangegeven:
- a. welke onderdelen van het examenprogramma tijdens het centraal examen en welke onderdelen tijdens het college-examen worden getoetst;
- b. de wijze waarop het college-examen plaatsvindt;
- c. welke hulpmiddelen tijdens het centraal examen en college-examen zijn toegestaan (zie vakinformatie Regeling toegestane hulpmiddelen);
- d. de regels voor de wijze waarop het cijfer voor het college-examen en het eindcijfer tot stand komt.
- 1. Het examendossier is het geheel van de onderdelen van het college-examen, zoals dit door het College in de vakinformatie is vastgelegd. Werkstukken, boekenlijsten, artikelen, songteksten/gedichten (zie de vakinformatie) moeten op de eerste dag van het schriftelijk examen worden ingeleverd bij de plaatselijk voorzitter van de schriftelijke examens. Een uitzondering vormen de werkstukken voor tekenen en handvaardigheid: deze moeten worden meegebracht naar het college-examen.
- 2. Wanneer het in te leveren materiaal niet tijdig is ingeleverd, wordt de kandidaat voor het betreffende vak niet opgeroepen voor het college-examen of wordt de reeds verstuurde oproep ingetrokken. De kandidaat wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
- 1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan het College maatregelen nemen. De kandidaat krijgt daarvan schriftelijk bericht.
- 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar kunnen worden genomen, zijn:
- a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen of het centraal examen;
- b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan één of meer toetsen van het college-examen of het centraal examen van het betreffende vak;
- c. het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het college-examen of het centraal examen;
- d. minder vergaande maatregelen dan die, bedoeld onder a tot en met c.
- 3. Indien de ontzegging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, betrekking heeft op een kandidaat die in meer dan één vak examen aflegt, kan de ontzegging betrekking hebben op de toetsen van alle vakken.
- 4. Indien de onregelmatigheid pas wordt ontdekt na afloop van het examen, kan het College de kandidaat het betreffende diploma of het certificaat en de cijferlijst onthouden, of kan het College bepalen dat aan de betrokken kandidaat dat diploma of certificaat, en die cijferlijst, slechts kunnen worden uitgereikt nadat opnieuw examen is afgelegd in de door het College aan te wijzen onderdelen en op de door het College te bepalen wijze.
- 5. Het besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en, indien de kandidaat minderjarig is, aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat.
- 6. De kandidaat kan tegen een besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, bezwaar maken bij het College. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt vijf dagen nadat het besluit aan de kandidaat is bekendgemaakt op de voorgeschreven wijze. Het College beslist binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift, tenzij het College deze termijn gemotiveerd verlengt met ten hoogste twee weken. Het College stelt bij zijn beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen of opnieuw af te leggen. Het College deelt zijn beslissing op het bezwaar mee aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat die minderjarig is en aan de inspectie.
- 7. De kandidaat die zonder een door het College aanvaarde reden afwezig is bij enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen in een vak, is uitgesloten van verdere deelname aan het centraal examen en het college-examen in dit vak. Een eventueel al afgelegd centraal examen en/of al afgelegde onderdelen van het college-examen in dit vak wordt/worden ongeldig verklaard.
- 1. Een kandidaat wordt alleen toegelaten tot het examen indien hij de examenoproep en een geldig legitimatiebewijs, voorzien van een recente pasfoto, kan tonen.
- 2. Bij het schriftelijk examen of een schriftelijke toets dient de kandidaat 30 minuten voor aanvang van het examen in de examenzaal aanwezig te zijn.
- 3. Een kandidaat die te laat komt, mag tot uiterlijk een half uur na de aanvang van de examenzitting tot het examenlokaal worden toegelaten. Hij levert het werk in uiterlijk op het aangegeven eindtijdstip van deze examenzitting.
- 4. Bij alle vakken van vwo en havo, met uitzondering van het profielwerkstuk, en bij alle talen bij het vmbo wordt de kandidaat 20 minuten voor aanvang van het mondeling examen verwacht in het voorbereidingslokaal om zich op het examen voor te bereiden. Deze voorbereiding is een verplicht onderdeel van het examen. De precieze aard van deze voorbereiding staat in de vakinformatie. Indien een kandidaat zich te laat voor de voorbereiding meldt, wordt de tijd die de kandidaat te laat is, niet gecompenseerd.
- 5. Als de kandidaat zich minder dan 5 minuten te laat bij de examinatoren meldt voor de afname van het mondeling examen, wordt het examen volgens rooster afgenomen. De tijd die de kandidaat te laat is, wordt niet gecompenseerd. Bij de beoordeling wordt geen rekening gehouden met het feit dat de kandidaat door te laat te komen zich niet heeft kunnen voorbereiden. Het mondeling examen komt te vervallen als de kandidaat zich 5 minuten of meer te laat bij de examinatoren meldt voor de afname.
- 6. Een kandidaat die tijdens een zitting onwel wordt, kan onder begeleiding het examenlokaal verlaten. In overleg met de kandidaat beoordeelt de plaatselijk voorzitter of de door hem aangewezen vervanger, of de kandidaat het werk mag hervatten. Indien dat zo is, kan de gemiste tijd aan het eind van de zitting worden ingehaald. Indien de kandidaat het werk niet kan hervatten, overlegt de plaatselijk voorzitter met de algemeen examenleider. Wanneer het examen ongeldig wordt verklaard, wordt de kandidaat, indien mogelijk, op een ander moment in de gelegenheid gesteld het examen opnieuw afleggen.
- 7. Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van het College,
- a. In het eerste tijdvak verhinderd is bij één of meer schriftelijke toetsen of examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het tweede tijdvak zo veel mogelijk gemiste toetsen en examens alsnog af te leggen;
- b. Niet in staat is al zijn schriftelijke toetsen en examens in het eerste en tweede tijdvak af te leggen, krijgt hij uitstel naar het derde en zo nodig vierde tijdvak, maar voor niet meer vakken dan nodig zijn voor een profiel (vwo en havo) of een sector (vmbo), met dien verstande dat een kandidaat die examen doet in meerdere schoolsoorten, slechts voor één schoolsoort uitstel naar het derde en zo nodig vierde tijdvak kan krijgen.
- c. Afwezig is bij een of meer mondelinge en/of praktische toetsen in de periode juni/juli, wordt geprobeerd de gemiste toetsen alsnog in dezelfde periode in te roosteren. Is dat niet mogelijk, dan krijgt de kandidaat uitstel naar het derde en zo nodig vierde tijdvak, met dezelfde beperkende voorwaarden als in lid b.
- d. Om in aanmerking te komen voor uitstel naar een ander examenmoment, meldt de kandidaat binnen 8 dagen zijn afwezigheid schriftelijk bij DUO, afdeling staatsexamens VO, Postbus 30158, 9700 LK Groningen. In de berichtgeving dient te worden vermeld:
- – naam en adres van de kandidaat;
- – datum van de gemiste proef en het desbetreffende vak;
- – de reden van de absentie/verhindering;
- – bij ziekte of ongeval: naam, adres en telefoonnummer van de geconsulteerde arts;
- e. In geval van een andere dringende reden voor de absentie dan ziekte of ongeval dient de kandidaat of bij minderjarigheid zijn ouders of verzorgers bewijzen te leveren van de onmogelijkheid om deel te nemen aan het examen. Zonder deze bewijzen kan de afwezigheid als een onregelmatigheid worden beschouwd (zie artikel 7 van dit reglement).
- 8. Wanneer de kandidaat in het staatsexamenjaar een examenvak niet afrondt, komen de reeds behaalde resultaten voor het betreffende vak te vervallen.
- 1. Tenzij anders is bepaald, dient schriftelijk werk te worden gemaakt oppapier van de staatsexamens. De kandidaat voorziet elk papier van zijn naam, examennummer en indien van toepassing ook het type grafische rekenmachine.
- 2. Voor gebruik van hulpmiddelen en schrijfmaterialen: zie de vakinformatie.
- 3. Het examenwerk mag niet met potlood worden gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing op tekeningen.
- 4. De kandidaat mag geen papier, andere hulpmiddelen of informatiedragers, tabellen en boeken dan voorgeschreven, communicatiemiddelen, jassen en tassen meenemen in de examenzaal.
- 5. De toezichthouders mogen materialen en hulpmiddelen tijdens de zitting controleren en algemene aanwijzingen geven.
- 6. De kandidaat die iets wil vragen steekt een hand op en wacht op een reactie van de toezichthouder. Tijdens het examen mag de kandidaat alleen met toestemming van de toezichthouder de examenruimte verlaten.
- 7. Na het verstrijken van de examentijd stopt het examen. Nadat al het examenwerk is ingenomen, mag de kandidaat de examenruimte verlaten.
- 8. Eenmaal ingeleverd werk mag nietworden gewijzigd of aangevuld.
- 9. Examenwerk dat door de kandidaat buiten de examenruimte is gebracht, verliest zijn geldigheid.
- 10. Alle opgaven en verstrekte papieren blijven tijdens de zitting in de examenruimte.
- 1. Bij aanvang van het college-examen in een vak waarvoor een werkstuk of boekenlijst vereist is, bepalen de examinatoren of de betreffende documenten in redelijke mate voldoen aan de gestelde eisen; is dit niet het geval, dan wordt in overleg met de voorzitter bepaald of het examen wordt afgenomen voor het betreffende vak.
- 2. Inhoudelijke toetsing van een werkstuk of boekenlijst gebeurt tijdens de afname van het mondeling of het praktisch gedeelte van het college-examen. In de vakinformatie is aangegeven welke invloed de beoordeling van het werkstuk, de bijbehorende presentatie en de beantwoording van daarover gestelde vragen heeft bij de bepaling van het cijfer voor het college-examen.
- 3. In de vakinformatie is aangegeven waarop de kandidaat tijdens het college-examen wordt beoordeeld en is de weging van de cijfers voor de verschillende onderdelen vastgelegd.
- 1. De uitslag wordt door de voorzitter en de secretaris vastgesteld op grond van (voor zover van toepassing): Vakken met een onvoldoende eindcijfer mogen bij de uitslag worden betrokken. De uitslagregeling geldt ook als de examens voor bepaalde vakken in verschillende jaren zijn afgenomen.
- a. één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte cijferlijsten;
- b. één of meer door het College uitgereikte cijferlijsten;
- c. één (!) cijferlijst van een school voor voortgezet onderwijs;
- d. één of meer cijferlijsten van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs;
- e. één of meer door de Commissie staatsexamens VO uitgereikte bewijzen van ontheffing;
- f. één of meer door het College uitgereikte bewijzen van ontheffing.
- 2. De hierboven bedoelde cijferlijsten en bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het kalenderjaar van het verrichten van de onderwijs- of examenprestatie waarop de cijferlijst of de ontheffing berust, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
- 3. Niet alle op de door de kandidaat ingeleverde documenten vermelde vakken hoeven bij de uitslagbepaling te worden betrokken. De overgebleven vakken dienen een staatsexamen te vormen.
- 4. De uitslag luidt ‘geslaagd ’ of ‘afgewezen’.
- 1. De kandidaat die staatsexamen vmbo heeft afgelegd, is geslaagd indien:
- a. hij, voor zover van toepassing, voor het sectorwerkstuk de beoordeling ‘goed’ of ‘voldoende’ heeft behaald en
- b. het rekenkundig gemiddelde van de door hem bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is en
- c. hij voor het vak Nederlands als eindcijfer tenminste een 5 heeft behaald en
- d. hij
- 1. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, of
- 2. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarbij ten minste één 7 of hoger, of
- 3. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarbij ten minste één 7 of hoger.
- 2. De kandidaat die staatsexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien
- a. het rekenkundig gemiddelde van de door hem bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is en
- b. hij en
- 1. voor alle vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of
- 2. voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of
- 3. voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, of
- 4. voor twee van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt
- c. hij voor de vakken Nederlandse taal (en literatuur), Engelse taal (en literatuur) en Wiskunde A, Wiskunde B dan wel Wiskunde C ten hoogste één maal het eindcijfer 5 en verder eindcijfer(s) 6 of hoger heeft behaald en
- d. hij voor geen van de onderdelen genoemd in het vierde lid een eindcijfer lager dan 4 heeft behaald.
- 3. Kandidaten die bij de uitslagbepaling cijfers voor, de in het tweede lid onder c, genoemde vakken willen laten meetellen en die behaald zijn voor 2013 hoeven niet te voldoen aan de eis, verwoord in het tweede lid onder c. Deze overgangsbepaling geldt tot en met het examenjaar 2016.
- 4. Bij de uitslagbepaling volgens het tweede lid wordt het gemiddelde van de eindcijfers van tenminste de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, genaamd het combinatiecijfer, voor zover voor deze onderdelen een eindcijfer is bepaald: Daaraan kan via inwisseling worden toegevoegd:
- a. voor havo: maatschappijleer en het profielwerkstuk,
- b. voor vwo: maatschappijleer, algemene natuurwetenschappen en het profielwerkstuk.
- c. literatuur,
- d. klassieke culturele vorming,
- e. algemene natuurwetenschappen in het havo,
- f. godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
- 5. Het College bepaalt het eindcijfer, bedoeld in het vierde lid, als het rekenkundig gemiddelde van de eindcijfers van de samenstellende delen. Indien de uitkomst van deze berekening niet een geheel getal is, wordt deze uitkomst indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
- 1. De vmbo-kandidaat die voor het sectorwerkstuk de kwalificatie 'niet afgerond' heeft gekregen maar bij een beoordeling 'voldoende' of 'goed' in hetzelfde examenjaar in aanmerking komt voor een diploma vmbo, krijgt in het derde of vierde tijdvak één keer de gelegenheid opnieuw een sectorwerkstuk in te leveren en te presenteren. Dit beperkt niet het recht van de kandidaat op herkansing voor een college-examen in een bepaald vak.
- 2. Een kandidaat die een staatsexamen heeft afgelegd en daarvoor niet geslaagd is, mag een herkansing afleggen bestaande uit één college-examen en/of één centraal examen, niet noodzakelijkerwijs van hetzelfde vak, mits hij daardoor alsnog kan slagen. Een herkansing mag alleen worden afgelegd in vakken waarin in het lopende examenjaar staatsexamen is afgelegd. Bij de uitreiking van de cijferlijst na vaststelling van de uitslag wordt aan de kandidaat die daarvoor in aanmerking komt, een herkansingsformulier uitgereikt. De kandidaat kan, binnen de daarvoor gestelde termijn, aangeven of hij aan de herkansing wenst deel te nemen en voor welk(e) vak(ken). De gestelde termijn staat vermeld op het herkansingsformulier.
- 3. Herkansingen worden afgenomen in het derde tijdvak of, zo nodig, in het vierde tijdvak. Het College kan besluiten het centraal examen of een schriftelijk onderdeel van het college-examen bij de herkansing mondeling te laten afnemen.
- 4. Bij vakken waarbij het college-examen uit een schriftelijk en een mondeling onderdeel bestaat, kan een kandidaat het College toestemming vragen bij de herkansing slechts één van beide onderdelen te doen. Het College neemt op dit verzoek een gemotiveerde beslissing. Als een onderdeel van het college-examen niet opnieuw wordt geëxamineerd, geldt voor dat onderdeel het resultaat dat eerder in het lopende examenjaar is behaald.
- 5. Voordat de berekening van het eindcijfer plaatsvindt, wordt het cijfer van de herkansing voor het afgelegde centraal examen dan wel college-examen bepaald. Als het cijfer van de herkansing hoger uitvalt, dan wordt er met dat resultaat gerekend. Is het cijfer van de herkansing niet hoger dan wordt met het eerdere resultaat gerekend.
- 6. Herkansing voor deelstaatsexamens is niet mogelijk.
- 1. Aan een voor een staatsexamen vwo, havo of vmbo geslaagde kandidaat wordt een diploma uitgereikt. Op het diploma wordt het behaalde profiel/worden de behaalde profielen (vwo en havo) vermeld en bij het vmbo de behaalde sector/sectoren en de leerweg. Bij het diploma wordt voor vwo en havo per behaald profiel een cijferlijst uitgereikt; bij het diploma vmbo wordt één cijferlijst uitgereikt waarop de leerweg en alle behaalde sectoren staan beschreven. Op een cijferlijst wordt/worden vermeld, voor zover van toepassing: Vakken waarin de kandidaat wel examen heeft gedaan en die niet bij de uitslag zijn betrokken, kunnen op verzoek van de kandidaat weggelaten worden op de cijferlijst.
- a. het profiel waarin het examen is afgelegd (voor vwo en havo);
- b. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
- c. de vakken waarvoor een ontheffing is verleend, voor zover zij bij de uitslag zijn betrokken;
- d. de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
- e. het combinatiecijfer (vwo en havo);
- f. de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;
- g. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak/de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan;
- h. de uitslag ‘geslaagd’.
- 2. Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een staatsexamen vwo, havo of vmbo en daarvoor, ook na een eventuele herkansing, niet is geslaagd, wordt een cijferlijst uitgereikt met daarop vermeld, voor zover van toepassing:
- a. het profiel waarvoor het examen is afgelegd (voor vwo en havo);
- b. de sector/sectoren en de leerweg (vmbo);
- c. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
- d. de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
- e. het combinatiecijfer (vwo en havo)
- f. de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;
- g. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak/de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan;
- h. de uitslag ‘afgewezen’.
- 3. Aan een kandidaat die heeft deelgenomen aan een deelstaatsexamen vwo, havo of vmbo, wordt een cijferlijst deelstaatsexamen uitgereikt met, zover van toepassing, daarop vermeld:
- a. de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
- b. de leerweg (vmbo);
- c. de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
- d. het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak/de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan.
- 1. het vak of de vakken waarvoor hij een eindcijfer 6 of hoger heeft behaald,
- 2. voor het vwo en het havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk indien hij hiervoor het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, en
- 3. voor het vmbo het thema van het sectorwerkstuk, indien dit beoordeeld is met ‘goed’ of ‘voldoende’,
- 1. Op basis van een diploma of getuigschrift, niet zijnde een diploma of certificaat vwo, havo, vmbo en mavo kan een kandidaat een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken indienen.
- 2. Een verzoek om ontheffing voor één of meer vakken zoals bedoeld in lid 1, dient voor 1 januari van het kalenderjaar waarin men examen wil afleggen, te worden ingediend. Als het College positief beslist, wordt aan de kandidaat een ‘Bewijs van ontheffing’ uitgereikt.
- 3. Vrijstelling van rechtswege op basis van certificaten en cijferlijsten vwo, havo, vmbo en mavo is geregeld in de vrijstellings- en overgangsregeling aanpassing profielen vwo-havo 2007.
- 1. Een klacht kan worden ingediend door een email te sturen naar klachten@duo.nl of een brief naar Antwoordnummer 392, 9700 LK Groningen. Onder vermelding van naam- en adresgegevens en het telefoonnummer van de kandidaat.
- 2. Tegen een besluit kan bezwaar worden ingediend. Als u het niet eens bent met een besluit waarbij uw belang rechtstreeks is betrokken kunt u in de meeste gevallen een bezwaarschrift indienen.U moet altijd schriftelijk bezwaar maken (een bezwaarschrift indienen). Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Bij elk besluit is vermeldt of u bezwaar kunt maken en bij wie u dat kunt doen en binnen welke termijn.
- • Cultuur en maatschappij
- • Economie en maatschappij
- • Natuur en gezondheid
- • Natuur en techniek
- – Kunst (beeldende vormgeving)
- – Kunst (muziek)
- – Kunst (drama)
- – Kunst (dans)
- – Textiele vormgeving
- • Cultuur en maatschappij
- • Economie en maatschappij
- • Natuur en gezondheid
- • Natuur en techniek
- – Kunst (beeldende vormgeving)
- – Kunst (muziek)
- – Kunst (drama)
- – Kunst (dans)
- – Textiele vormgeving
- 1. Het gemeenschappelijk deel Onafhankelijk van de gekozen sector zijn de volgende gemeenschappelijke vakken verplicht:
- • Nederlandse taal,
- • Engelse taal,
- • maatschappijleer 1,
- 2. Het sectordeel Er kan gekozen worden uit vier verschillende sectoren, elk met verschillende verplichte vakken
- a. sector Techniek
- • wiskunde
- • natuur- en scheikunde 1
- b. sector Zorg en welzijn
- • biologie
- • één van de vakken: wiskunde, maatschappijleer 2, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde
- c. sector Economie
- • economie
- • één van de vakken: Franse taal, Duitse taal, wiskunde
- d. sector Landbouw
- • wiskunde
- • één van de vakken: biologie, natuur- en scheikunde 1
- 3. Het vrije deel Twee algemene vakken, te kiezen uit (voor zover deze vakken geen onderdeel zijn van het sectorgebonden deel):
- • talen: Fries, Frans, Duits, Spaans, Turks, Arabisch*);
- • maatschappijvakken: economie, aardrijkskunde, geschiedenis en staatsinrichting, maatschappijleer 2;
- • exacte vakken: wiskunde, natuur- en scheikunde 1, natuur- en scheikunde 2, biologie;
- • beeldende vakken 2: handenarbeid, tekenen, textiele werkvormen**);
- • muziek.