Art. 10 Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014, Specifieke voorschriften met betrekking tot de bedrijfsvoering van trustkantoren

Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014

Een trustkantoor waaraan over een betrokkene inlichtingen omtrent de betrouwbaarheid worden gevraagd ten behoeve van een andere financiële onderneming:

a. verklaart schriftelijk dat hij geen aanleiding heeft om aan de betrouwbaarheid van betrokkene te twijfelen dan wel, indien daartoe aanleiding bestaat,

b. verstrekt schriftelijk inlichtingen en wel zodanig dat de verzoekende financiële instelling zich voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene een juist en zo volledig mogelijk beeld kan vormen.