Bijlage 4 Regeling gaskwaliteit: bedoeld in artikel 1 en artikel 2, vierde lid, van de Regeling gaskwaliteit

Regeling gaskwaliteit

Gaskwaliteit Waarde Eenheid Wobbe-index1 43,46 – 44,41 MJ/m3 (n) Gehalte hogere koolwaterstoffen ≤ 5 mol% propaanequivalent Tot 1 juli 2016: in uitzonderingssituaties 2 geldt geen beperking Waterdauwpunt3 In RTL en HTL ≤ –8 °C (bij 70 bar(a)) In RNB ≤–104 °C (bij 8 bar(a)) Gascondensaat3 ≤ 80 mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk Temperatuur 0 – 35 °C Zuurstofgehalte Bij een gasopslaginstallatie in Norg in de gemeente Noordenveld en bij een gasopslaginstallatie in Grijpskerk in de gemeente Zuidhorn ≤ 0,0005 mol% daggemiddeld Bij andere gasopslaginstallaties ≤ 0,0010 mol% daggemiddeld Andere punten ≤ 0, 5 mol% daggemiddeld Koolstofdioxidegehalte RTL en RNB-net ≤ 10,35 mol% HTL in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland ≤ 8 mol% HTL in de rest van Nederland ≤ 3 mol% Waterstofgehalte in HTL ≤ 0,02 mol% in RTL en RNB-net ≤ 0,5 mol% Chloor op basis van organochloorverbindingen ≤ 5 mg Cl/m3(n) Fluor op basis van organofluorverbindingen ≤ 5 mg F /m3(n) Koolstofmonoxide (CO) ≤ 2.900 mg/m3(n) Pathogene microben ≤ 500 aantal /m3(n) Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm in RTL en HTL3 ≤ 100 mg/m3(n) Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel ≤ 5 mg S/m3(n) Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen ≤ 6 mg S/m3(n) Totaal zwavelgehalte voor odorisatie Piekwaarde ≤ 20 mg S/m3(n) Jaargemiddelde ≤ 5,5 mg S/m3(n) na odorisatie Piekwaarde ≤ 31 mg S/m3(n) Jaargemiddelde ≤ 16,5 mg S/m3(n) THT-gehalte (odorant)6 In HTL Flevoland, bedoeld in bijlage 10: ruikbaar gas 10 – 40 mg THT/m3(n) in HTL: reukloos gas ≤ 2 mg/m3 in RTL: ruikbaar gas 10 – 40 mg THT/m3(n) in RNB-net: ruikbaar gas 10 – 40 mg THT/m3(n) Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen ≤ 0,1 mg Si /m3(n) Leveringsdruk bij 25-mbar-aansluitingen (RNB-net) 23,4 – 327 mbar (o) 1De Wobbe-index mag afwijken op basis van de toegestane variaties in de invoeding als opgenomen in voetnoten 1 en 2 bij bijlage 2. 2Uitzonderingssituaties betreffen niet normale bedrijfsvoering, zoals momenten