Art. 3a.2 Regeling houders van dieren, Melding ziekteverschijnselen vogels

Regeling houders van dieren

1. De exploitant van een inrichting waar pluimvee wordt gehouden, meldt elke sterfte van:

a. een koppel leghennen, vermeerderingsdieren of vleeskuikens, die ouder zijn dan 10 dagen, indien op twee opeenvolgende dagen er een sterfte is van 0,5% of meer per dag;

b. een koppel vleeskalkoenen indien op twee opeenvolgende dagen er een sterfte is van 1% of meer per dag; en

c. alle andere soorten pluimvee dan de soorten, bedoeld in de onderdelen a en b, indien er een sterfte is van meer dan 3% per week.

2. De exploitant, bedoeld in het eerste lid, consulteert een dierenarts indien bij pluimvee:

a. een klinisch probleem zichtbaar is;

b. er op twee opeenvolgende dagen een reductie van voer- of drinkwateropname is van meer dan 5% per dag; en

c. voor zover het leghennen of vermeerderingsdieren betreft, er op twee opeenvolgende dagen een reductie van de eiproductie is van 5% of meer per dag.