Art. 3.22 Besluit houders van dieren, Socialisatie
Indien een gezelschapsdier in een inrichting verblijft tijdens de periode waarin het dier ontvankelijk is voor socialisatie, wordt ervoor zorg gedragen dat het dier:
a. went aan de omgang met de mens en relevante diersoorten en aan houderijomstandigheden en
b. in voldoende mate in de gelegenheid is tot het leren en tonen van soorteigen gedrag.