Art. 1.10 Besluit houders van dieren, Gevallen waarin dieren mogen worden gedood
Als gevallen als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van de wet worden aangewezen gevallen waarin:
a. een dier wordt gedood ter beëindiging of voorkoming van onmiddellijk gevaar voor mens of dier;
b. een dierenarts heeft vastgesteld dat doden in het belang van het dier is;
c. dat doden bij of krachtens enig wettelijk voorschrift of ingevolge een EU-verordening is voorgeschreven;
d. een dier wordt gedood ter beëindiging van ondraaglijk lijden van het dier;
e. een dier wordt gedood vanwege niet te corrigeren gevaarlijke gedragskenmerken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4083
- Hof Arnhem-Leeuwarden 29 oktober 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6739
- Rb. Den Haag 21 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3990
- Rb. Gelderland 12 mei 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3732
- Rb. Den Haag 14 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8517
- Rb. Den Haag 18 december 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14786
- Hof Den Haag 16 oktober 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:4045