Art. 8 Beleidsregel vergunningen voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer, Vergunningen voor ongeregeld luchtvervoer

Beleidsregel vergunningen voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer

1. De artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 6 door een niet in de EU gevestigde luchtvaartmaatschappij.

2. Te allen tijde wordt de luchtvaartpolitieke relatie met het land van afkomst van de desbetreffende luchtvaartmaatschappij betrokken bij de beoordeling van de vergunningaanvraag; reciprociteit is daarbij een belangrijk uitgangspunt.

3. Artikel 2, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op het uitvoeren van zevende vrijheidsvervoer naar, via of vanuit Nederland.