Bijlage 2 Regeling regionaal investeringsfonds mbo: beoordelingskader voor doelmatiger organiseren

Regeling regionaal investeringsfonds mbo

Criterium Deelaspecten Minimale vereisten 1. Verbetering aansluiting beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt Het doelmatiger organiseren van het aanbod draagt eraan bij dat de beroepsopleiding een studentenomvang heeft zodat deze met voldoende kwaliteit en continuïteit in stand kan worden gehouden. Het doelmatiger organiseren van het aanbod draagt hierdoor bij aan het verbeteren van de aansluiting van het onderwijs op de (regionale) arbeidsmarkt. 1. In het plan van aanpak staat de gekozen maatregel voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod in de regio beschreven en op welke wijze dit wordt gerealiseerd. 2. Het plan van aanpak toont aan dat de aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt wordt verbeterd met deze maatregel. Het plan van aanpak toont aan dat hierbij rekening is gehouden met: – de spreiding van het geheel aan onderwijsvoorzieningen in de regio; en – de afweging tussen (optimale) arbeidsmarktrelevantie en maximale toegankelijkheid. Het voorstel/de beschreven maatregel voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod sluit aan op de regionale visie en de onderliggende analyse voor de pps. 1. Het voorstel en de beschreven maatregel voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod zijn beredeneerd vanuit de regionale visie en de onderliggende analyse voor de pps. 2. Samenwerking en draagvlak In het plan van aanpak is een goede samenwerking opgezet. Er zijn heldere afspraken gemaakt m.b.t. taakverdeling en verantwoordelijkheden. Er is draagvlak voor het plan bij de betrokken onderwijsinstellingen en stakeholders in de regio. 1. Uit de regionale visie blijkt dat er draagvlak is bij de stakeholders in de regio voor het voorstel voor het doelmatiger organiseren van het opleidingenaanbod. 2. Er is afstemming bereikt met andere mbo-instellingen en andere betrokken stakeholders zoals vmbo-scholen, hoger- onderwijsinstellingen en andere arbeidsorganisaties. 3. Er is rekening gehouden met de toekomstige mutaties in het opleidingenportfolio v