Art. 13 Regeling verlof en STP jeugdigen, Incidenteel en planmatig verlof

Regeling verlof en STP jeugdigen

1. Een verlofmachtiging eindigt indien:

a. de termijn waarvoor de machtiging is afgegeven, is verstreken of

b. een nieuwe machtiging wordt verleend of

c. de jeugddetentie of pij-maatregel eindigt.

2. De minister kan een verlofmachtiging intrekken indien:

a. de jeugdige zich schuldig maakt aan of verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit;

b. dit noodzakelijk is met het oog op de veiligheid van de jeugdige of voor de veiligheid van anderen;

c. dit noodzakelijk is voor de algemene veiligheid van personen of goederen;

d. de jeugdige een voorwaarde niet nakomt;

e. de jeugdige geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland;

f. als het doel van het verlof is bereikt waarvoor de machtiging is verleend.