Art. 7 Regeling basisnet, De vaststelling van de geografische ligging van de risicoplafonds

Regeling basisnet

1. De ligging van het PR-plafond wordt bepaald door de afstand met betrekking tot het plaatsgebonden risico 10-6 opgenomen in bijlage I, kolom 3 voor wegvakken, onderscheidenlijk in bijlage II, kolom 4, voor baanvakken, vanaf het betrokken referentiepunt naar weerszijden te meten.

2. Het PR-plafond voor een wegvak en een baanvak is gelegen op het referentiepunt indien de te meten afstand nul meter bedraagt.

3. Het PR-plafond voor een binnenwater is gelegen op het referentiepunt.

4. De ligging van het PR-plafond bij een verbindingsboog wordt bepaald door de helft van de afstand die geldt voor het wegvak waarvan de verbindingsboog aftakt, naar weerszijden te meten.