Art. 6.2.2 Jeugdwet, Tenuitvoerlegging van de machtiging
1. Een machtiging kan slechts ten uitvoer worden gelegd in een op grond van artikel 6.2.1 geregistreerde gesloten accommodatie.
2. De rechter kan, indien het een jeugdige betreft van twaalf jaar of ouder, op verzoek van het college of de raad voor de kinderbescherming, in zijn beschikking inzake de machtiging bepalen dat deze in afwijking van het eerste lid, ten uitvoer wordt gelegd in een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. De eerste volzin wordt slechts toegepast met betrekking tot een jeugdige die op het tijdstip waarop een machtiging wordt verleend op basis van een veroordeling is opgenomen in een inrichting. Toepassing geschiedt slechts met instemming van de jeugdige of indien deze de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, met instemming van de jeugdige en degene die het gezag over hem heeft. De tenuitvoerlegging in een inrichting geschiedt slechts voor de termijn die nodig is om een behandeling of opleiding af te ronden. Op de tenuitvoerlegging is de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen van toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2303
- Rb. Noord-Nederland 15 juli 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:3860
- Rb. Midden-Nederland 11 januari 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:91
- Rb. Midden-Nederland 20 juli 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3620
- Rb. Den Haag 24 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:3010
- Rb. Amsterdam 27 juli 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3749