Bijlage 2 Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Private Sector Investeringsprogramma: subsidiehandleiding PSI Plus
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Private Sector Investeringsprogramma
Het PSI-programma valt uiteen in twee deelprogramma’s, PSI Regulier en PSI Plus. Beide worden met het besluit waarbij deze Handleiding een bijlage is voor de laatste maal opengesteld. Deze bijlage bevat de subsidiehandleiding voor PSI Plus. PSI Plus heeft betrekking op Afghanistan, Burundi, Democratische Republiek Congo, Guatemala, Irak, Jemen, Pakistan, de Palestijnse Gebieden, Sierra Leone en Zuid-Sudan. PSI Regulier richt zich op 50 andere landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en Midden en Oost Europa. De handleiding van PSI Regulier is opgenomen in bijlage 1. De subsidiehandleiding maakt u wegwijs bij het aanvragen van subsidie in het kader van PSI Plus. De subsidiehandleiding vormt tevens het formele kader voor de beoordeling van subsidieaanvragen. Het aanvraagformulier maakt integraal onderdeel uit van de subsidiehandleiding. De subsidiehandleiding is als volgt ingedeeld. Paragraaf 2 bevat een algemene toelichting over de inhoud van het programma. Paragraaf 3 licht toe welke kosten subsidiabel zijn. Vervolgens wordt toegelicht aan welke criteria het voorstel dient te voldoen. Dit zijn de formele vereisten (paragraaf 4), ingangscriteria (paragraaf 5) en toetsingscriteria (paragraaf 6). Ook treft u een beschrijving aan van de beoordelingsprocedure (paragraaf 7) en enkele regels ten aanzien van de uitvoering (paragraaf 8). Appendix I bevat het aanvraagformulier en appendix II de begrippenlijst. De subsidiehandleiding, het aanvraagformulier, de begrippenlijst en aanvullende informatie kunt u downloaden van de website van RVO.nl (www.rvo.nl/psi): Voor nadere inlichtingen kunt u zich wenden tot RVO.nl, tel: 088-6029000. Doel: De doelstelling van PSI is het stimuleren van duurzame economische ontwikkeling door middel van het bevorderen van significant vernieuwende investeringen in de private sector in ontwikkelingslanden. Hiermee wordt beoogd een relevante en positieve bijdrage te leveren aan zelfredzaamheid en armoedevermindering door het creëren van economische b
- − kosten van duurzame kapitaalgoederen (hardware) die ingezet worden in het productieproces, met uitzondering van bestaande gebouwen en land;
- − kosten voor technische assistentie, zoals projectmanagement, training, advieskosten, certificering;
- − kosten voor de beveiliging.
- 1. De aanvraag dient schriftelijk (1 origineel en 3 kopieën) en volledig te worden ingediend bij RVO.nl conform het aanvraagformulier in appendix I.
- 2. De aanvraag dient tijdig te zijn ontvangen door RVO.nl: voor de beoordelingsronde op maandag 10 maart 2014, 15.00 uur.
- 3. Het adres waar de aanvraag dient te worden ingediend is:
- 4. Tegelijkertijd met de schriftelijke aanvraag moet een elektronische kopie worden ingeleverd op een digitaal opslagmedium met USB-poort (USB-stick). Elektronische kopieën aangeleverd op een andere wijze, zoals bijvoorbeeld per e-mail, worden niet geaccepteerd.
- 5. Het formulier dient voorzien te zijn van de naam van de aanvrager. Een tekenbevoegde vertegenwoordiger van de aanvrager dient het formulier te ondertekenen.
- 6. Naast de aanvrager dient de lokale partner het projectvoorstel mede te ondertekenen. De lokale partner geeft hiermee aan bekend te zijn met de inhoud van de aanvraag en zich in te zetten voor de succesvolle uitvoering van het project. Overigens is uitsluitend de aanvrager de subsidieontvanger, indien de aanvraag is goedgekeurd. Dat betekent dat alle verplichtingen op de aanvrager rusten, onverschillig wie de uitvoering ter hand neemt.
- 7. De project partners dienen te verklaren dat zij bekend zijn met de OESO-Richtlijnen voor multinationale bedrijven met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen, de ILO-Verklaring inzake fundamentele rechten en principes voor werk en de VN-Conventie over Biologische Diversiteit en dat ze hiernaar zullen handelen. Informatie over deze documenten staat op de website van RVO.nl).
- 8. De aanvrager dient te verklaren dat de te financieren projectactiviteiten niet op de FMO uitsluitingslijst vermeld staan. Een link naar deze lijst staat op de website van RVO.nl.
- 9. De aanvraag dient in de Engelse taal gesteld te zijn.
- 1. Landen: Voor subsidie onder het PSI Plus komen alleen voorstellen in aanmerking voor de volgende 10 landen: Afghanistan, Burundi, Democratische Republiek Congo, Guatemala, Jemen, Irak, de Palestijnse Gebieden, Sierra Leone, Pakistan en Zuid-Sudan.
- 2. Aanvrager PSI Plus: Subsidie kan alleen worden aangevraagd door: óf een in het buitenland gevestigde onderneming die als zodanig is geregistreerd bij de lokale Kamer van Koophandel (of vergelijkbare instantie) en niet is gevestigd is in het land waarop de aanvraag betrekking heeft. óf een aan een onderneming gelieerde stichting ('corporate foundation’). Deze stichting dient als zodanig geregistreerd te zijn bij de Kamer van Koophandel of een vergelijkbare instantie.
- – een in Nederland gevestigde onderneming die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
- – én deze onderneming dient ten minste twee jaar te bestaan.
- – De aanvrager mag op het moment van indiening niet meer dan één PSI- of PSOM-project in uitvoering hebben en mag niet meer dan één aanvraag per tender indienen.
- 3. Samenwerkingsverband: óf een natuurlijke persoon in bezit van de nationaliteit van het land waar het project wordt gevestigd.
- – De aanvrager dient het project uit te voeren samen met een lokale partner. Deze lokale partner is: een onderneming in het land waar het project wordt gevestigd en is als zodanig geregistreerd bij de lokale kamer van Koophandel (of vergelijkbare instantie). Overheidsorganisaties mogen niet meer dan 25% van het eigendom van deze onderneming in bezit hebben.
- – Het samenwerkingsverband van aanvrager en lokale partner heeft niet eerder PSI-subsidie ontvangen of een PSOM-project uitgevoerd.
- 4. Projectduur, projectomvang en cofinanciering:
- – De projectduur is 30 maanden. Voor seizoensafhankelijke projecten (visserij-, land-, tuin- en bosbouwprojecten) is de projectduur 36 maanden.
- – De subsidie voor PSI Plus bestaat uit een vergoeding van 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 900.000. Het maximale projectbudget bedraagt € 1.500.000. Dit is exclusief de eventuele verzekeringskosten zoals genoemd in artikel 3.
- – Cofinanciering van het project door andere programma’s van de Nederlandse overheid of van andere overheden is niet toegestaan. De aanvrager moet cofinanciering door andere niet-commerciële partijen in zijn aanvraag vermelden. De PSI-bijdrage in combinatie met financiële bijdragen van andere niet-commerciële partijen mag niet meer dan 80% van het projectbudget bedragen.
- 1. Partners: De overige project partners dienen in de aanvraag te beschrijven hoe zij binnen de eigen onderneming de diverse OESO thema's in de praktijk ten uitvoer brengen.
- a. De aanvrager moet een reeds bestaande onderneming of ‘corporate foundation’ zijn met substantiële economische activiteiten.
- b. Het projectvoorstel moet logisch voortvloeien uit de huidige activiteiten (core business) en strategie van de aanvrager en de lokale partner.
- c. De partners moeten beschikken over de nodige kennis en ervaring om het project tot een succes te maken.
- d. De partners moeten een samenwerkingsverband aangaan voor de lange termijn. Dit betreft veelal een joint venture. Wanneer de lokale partner een natuurlijk persoon is, is de oprichting van een joint venture in de beginfase van het project verplicht.
- e. De partners moeten laten zien over voldoende financiële middelen te beschikken om de eigen bijdrage en het werkkapitaal te kunnen financieren voor het project. Enkele richtlijnen die RVO.nl hiervoor hanteert staan vermeld in het aanvraagformulier. Wanneer sprake is van een joint venture dient de eigen bijdrage in redelijke verhouding te staan tot het eigendomspercentage van elk van de partners.
- f. De voorkeur gaat uit naar MKB-bedrijven.
- g. De voorkeur gaat uit naar een lokale partner die direct of indirect in handen is van personen met de lokale nationaliteit en die geen eigendomsrelatie hebben met de aanvrager. In de Arabische regio gaat de voorkeur bovendien uit naar vrouwelijke ondernemers en jonge ondernemers (jonger dan 35 jaar).
- h. De voorkeur gaat uit naar aanvragers die nog niet eerder een PSOM of PSI-project hebben uitgevoerd.
- i. De partners dienen een goede reputatie te hebben op het gebied van MVO. De aanvrager dient bij de aanvraag een formeel vastgelegd MVO-beleid van de eigen onderneming te overleggen. Indien er geen vastgelegd MVO-beleid van de eigen onderneming beschikbaar is op het moment van de aanvraag dan dient de aanvrager dit alsnog op te leveren binnen het eerste projectresultaat. Het MVO-beleid moet gebaseerd zijn op de uitgangspunten van de OESO, IFC of ISO 26.000 en dient ook te beschrijven hoe dit beleid in de praktijk wordt gebracht (management instrumenten) en hoe daarover gecommuniceerd wordt.
- 2. Project: Commercieel plan Operationeel plan Financieel plan
- a. Er moet een aantoonbare markt zijn voor de producten of diensten die het project voortbrengt.
- b. De voorgestelde activiteit moet significant vernieuwend zijn voor het land waar het project wordt uitgevoerd. De vernieuwing dient ten minste het type product of dienst, de productiemethode of de dienstverleningswijze betreffen. Met deze vernieuwende projecten wordt beoogd om onderontwikkelde economieën te helpen ontwikkelen. De aanvraag wordt afgewezen indien het project niet vernieuwend is en/of leidt tot marktverstoring in de betreffende sector in het project-land.
- c. Het projectvoorstel moet een realistische analyse van de bedrijfsrisico’s en mitigerende maatregelen bevatten.
- d. Daarnaast moet een overzicht worden gegeven van de veiligheidsrisico’s en de risico’s ten aanzien van de politiek en sociaaleconomische situatie in het betreffende land.
- e. Ketenverantwoordelijkheid: De aanvrager levert een risicoanalyse aan volgens de OESO richtlijnen van mogelijke ongewenste effecten in de toeleveringsketens van het te financieren project. Het betreft een analyse van de ketens van de meest elementaire grondstoffen en halffabricaten voor de fabricatie van het eindproduct. In het geval er reële risico's bestaan op niet-naleving van de OESO richtlijnen in deze ketens, dient het aanvragende bedrijf aan te geven welke maatregelen het zal nemen om deze risico's te ondervangen, hoe het bedrijf de naleving ervan zal monitoren en hoe deze informatie beschikbaar zal zijn voor belangstellende stakeholders (proces van due diligence). In het geval de risico-inschatting nog niet volledig kan worden gedaan voor aanvang van het project, omdat de project locatie nog niet bekend is en/of de toeleveranciers nog niet geïdentificeerd zijn, dient de aanvrager dit aan te geven in het voorstel en het ontbrekende deel van de risicoanalyse op te nemen als onderdeel van Resultaat 1 van het projectplan.
- f. Het operationeel plan dient duidelijk en logisch beschreven te zijn en concrete resultaten te bevatten. Deze moeten voldoende specifiek, meetbaar en realiseerbaar zijn.
- g. De capaciteit van de hardware die wordt aangeschaft dient in verhouding te staan tot de beoogde productie aan het eind van het project.
- h. Het project zelf dient van bescheiden omvang te zijn, zodat het leidt tot vervolginvesteringen. Hiermee wordt het opstartkarakter ('pilot') benadrukt.
- i. De technologie die wordt gebruikt dient commercieel bewezen te zijn. PSI is niet bedoeld voor technologieontwikkeling.
- j. Het operationeel plan dient een relevant en kwalitatief voldoende trainingsprogramma te bevatten voor personeel en belangrijke partijen in de keten.
- k. Het operationeel plan dient voldoende de uitgangspunten van IMVO te reflecteren en hier ook resultaten op te benoemen (voorbeelden per sector zijn te vinden op www.rvo.nl/psi.
- l. Het projectbudget moet in verhouding staan tot de beschreven resultaten.
- m. Uit de cijfers moet blijken dat de activiteit commercieel haalbaar is. Het project moet uiteindelijk leiden tot een winstgevende onderneming.
- n. Het kasstroomoverzicht moet helder zijn en logisch voortvloeien uit het commerciële en operationele plan. Vervolginvesteringen dienen niet meegenomen te worden in dit overzicht.
- o. Financiering van de voorgestelde activiteit anders dan in het kader van PSI is niet mogelijk. Banken, andere financiële instellingen en private bronnen zijn niet bereid het project te financieren vanwege de hoge risico’s. Het project komt ook niet in aanmerking voor financiering uit andere Nederlandse of internationale instrumenten.
- 3. Impact: Op de onderneming: Op de keten: Op de sector: Op de samenleving:
- a. Het project heeft de potentie om na afloop door te groeien, waarbij significante vervolginvesteringen en extra omzet worden gerealiseerd.
- b. Het project leidt tot de creatie van duurzame werkgelegenheid, waarbij goede beloning en werkomstandigheden in acht worden genomen. De voorkeur gaat uit naar bedrijven die leefbaar loon betalen. In de Arabische regio gaat de voorkeur uit naar creatie van werkgelegenheid voor jonge werknemers (jonger dan 25 jaar) en vrouwelijke werknemers.
- c. Het project moet het kennisniveau van lokale werknemers, management of toeleveranciers verhogen en nieuwe vaardigheden overdragen.
- d. Het project heeft bij voorkeur positieve lange termijn effecten voor de keten zoals contractboeren, toeleveranciers, klanten en consumenten (bijvoorbeeld door kennisdelen, toename van omzet en door toegenomen kwaliteit van het eindproduct).
- e. Het project heeft bij voorkeur een positief lange termijn effect op stakeholders in de sector, waaronder andere bedrijven, associaties en kennisinstellingen (bijvoorbeeld door kennisdelen of door de introductie van standaarden). De voorkeur gaat uit naar projecten die een positieve impact hebben op voedselzekerheid en/of de beschikbaarheid van water.
- f. Het project heeft bij voorkeur een positief effect op het milieu. Het mag in ieder geval niet milieubelastend zijn.
- g. Het project heeft bij voorkeur een positief effect op de positie van vrouwen, in het bijzonder in managementposities. De positie van vrouwen mag in ieder geval niet verslechteren.
- h. Het project heeft bij voorkeur een positieve impact op de lokale gemeenschap in de omgeving van het project, door middel van verbeteringen van de lokale infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, kinderopvang, sport.
- i. Het project heeft bij voorkeur een positieve lange termijn effect op de lokale en/of nationale overheid, bijvoorbeeld door het genereren van belastinginkomsten, positieve invloed op de handelsbalans of omdat het leidt tot ontwikkeling van de lokale regelgeving.
- I Aanvraagformulier en model projectvoorstel PSI Plus (te downloaden via www.rvo.nl/psi)
- II Begrippenlijst PSI Plus (te downloaden via www.rvo.nl/psi)