Bijlage 1 Regeling Registratie en aanlevering zorgproducten geriatrische revalidatiezorg

Regeling Registratie en aanlevering zorgproducten geriatrische revalidatiezorg

Voor de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) tarieven vast van DBC-zorgproducten. Voor de tarieven van de DBC-zorgproducten stelt de NZa de maximumtarieven vast op basis van kostprijzen die gebaseerd zijn op werkelijke kosten die worden uitgevraagd op basis van het kostprijsmodel. Het kostprijsmodel, dat als bijlage is gekoppeld aan de beleidsregel ’Kostprijsberekening geriatrische revalidatiezorg (BR/CU-2112), geeft inzicht in de totstandkoming van de kostprijzen en de wijze waarop deze berekend en aangeleverd worden door de GRZ-instelling. De aanlevering van de kostprijsinformatie gebeurt door middel van een aanleversjabloon met bijbehorende instructie. De nadere regel (NR/CU-242) van de NZa verplicht instellingen om een externe accountant onderzoek te laten verrichten naar de juistheid van de door die instelling berekende kostprijsgegevens. Deze nadere regel (zie artikel 1: reikwijdte) is van toepassing op instellingen die geriatrische revalidatiezorg leveren. Dit onderzoeksprotocol geeft richtlijnen voor het door een externe accountant van de GRZ-instelling uit te voeren onderzoek naar de juistheid van de aangeleverde gegevens door de GRZ-instelling inzake de kostprijzen. De definities van begrippen in dit protocol zijn opgenomen in artikel 3 van de nadere regel ‘Registratie en aanlevering kostprijzen geriatrische revalidatiezorg (kenmerk: NR/CU-242). De werkwijze van het onderzoek naar de kostprijzen ziet er als volgt uit: De GRZ-instelling vult het door de NZa beschikbaar gestelde aanleversjabloon in overeenkomstig het kostprijsmodel en het terugkoppelsjabloon. Instellingen geven een externe accountant opdracht tot het uitvoeren van een onderzoek naar de juistheid van de in het sjabloon opgenomen gegevens. Deze externe accountant hanteert het onderzoeksprotocol als kader voor zijn werkzaamheden. Hij laat zich daarbij leiden door de geldende beroepsvoorschriften, in het bijzonder de Verordening Gedragscode (VGC) en de Nad