Art. 1 Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2014–2018, Begripsbepalingen

Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2014–2018

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. stichting: Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (Stichting NOB), statutair gevestigd te Leidschendam-Voorburg;

c. toezichthouder: Inspectie van het Onderwijs, door de minister aangewezen op grond van artikel 10 van de Wet overige OCW-subsidies;

d. onderwijsvoorziening: in het buitenland gevestigde Nederlandse school, Nederlandse afdeling van een school in het buitenland waar volledig basisonderwijs, volledig voortgezet onderwijs, Nederlandse Taal en Cultuur-primair onderwijs of Nederlandse Taal en Cultuur-voortgezet onderwijs wordt gegeven en voorziening voor onderwijs op afstand via schriftelijke, telefonische en elektronische media;

e. raamschoolplan: model van een schoolplan voor hetzij volledig basisonderwijs of volledig voortgezet onderwijs, hetzij Nederlandse Taal en Cultuur-primair onderwijs, hetzij Nederlandse Taal en Cultuur-voortgezet onderwijs, vastgesteld door de stichting na goedkeuring door de toezichthouder;

f. Europese School: school gesticht en in stand gehouden op grond van het Statuut voor de Europese School;

g. mandaatbesluit: Mandaatbesluit Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland.