Art. 2 Mandaatbesluit Rijksgebouwendienst 2013, – Uitzonderingen mandaat

Mandaatbesluit Rijksgebouwendienst 2013

1. Geen mandaat wordt verleend met betrekking tot de bevoegdheid tot:

a. het verlenen van ondermandaat;

b. het benoemen van een projectbevoegde die wordt voorzien van bijzondere bevoegdheden;

c. het vaststellen van vaststellingsovereenkomsten;

d. het beslissen omtrent het verlenen van subsidie;

e. het beslissen over het aangaan van (juridische) verplichtingen ten aanzien van functionarissen die erop gericht zijn de medewerker aanspraak te verlenen op enige financiële tegemoetkoming, schadeloosstelling, schadevergoeding vanaf € 2.500 of overigens enige geldelijke bijdrage te verlenen anders dan waar personeelsleden volgens vast gebruik aanspraak op kunnen maken;

f. het beslissen over het aanhangig maken van juridische procedures;

g. het beslissen omtrent het vertegenwoordigen van de minister of de Staat in juridische procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken; de desbetreffende functionaris wordt benoemd bij een besluit overeenkomstig bijlage 8 van dit besluit;

h. het beslissen omtrent deelname aan buitenlandse dienstreizen door functionarissen van de Rijksgebouwendienst;

i. het inhuren van externen op het terrein van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies.

2. Mandaat met betrekking tot het inschakelen van de Landsadvocaat wordt uitsluitend verleend aan de directeur Bedrijfs- en Bestuurszaken en het hoofd Juridische Advisering.