Bijlage 7.2 Uitvoeringsregeling stralingsbescherming: , behorende bij artikel 7.3

Uitvoeringsregeling stralingsbescherming

Natuurlijke materialen zullen vaak radionucliden uit dezelfde vervalketen (moeder- en dochternucliden) M+ of Msec (verder aan te geven met M+) bevatten. In dat geval zijn er drie situaties mogelijk: Voor de sommatie en weging van de activiteiten of activiteitsconcentraties ten behoeve van de toetsing aan de vrijstellings- of vrijgavewaarden in bijlage 1.1 van deze regeling, wordt in elk van deze situaties de daarbij aangegeven methode toegepast. De vrijstellings- of vrijgavewaarde van de vervalketen M+ (het moedernuclide inclusief de dochternucliden) wordt genomen. De dochternucliden worden verder niet beschouwd, maar worden (indirect) bij de sommatie meegenomen. Er moet een keuze gemaakt worden uit de volgende drie methoden: Er moet een keuze gemaakt worden uit de volgende twee methoden: Er moet een keuze gemaakt worden uit de volgende drie methoden: Ten behoeve van toetsingen als bedoeld onder 1A van deze bijlage, worden de activiteiten en activiteitsconcentraties van de hieronder onder a tot en met d vermelde (natuurlijke) radionucliden niet bij de sommatie meegenomen en worden daarom ten behoeve van deze toetsing niet bepaald. de radionucliden die niet in tabel 2 bij bijlage 1.1 zijn opgenomen. Bij de bepaling van de dosis ten gevolge van ingestie, inhalatie of externe straling worden in principe alle aanwezige radionucliden (en hun dosiscoëfficiënten) meegenomen. Echter, deze bepaling kan ook met behulp van zogenoemde key- of triggerradionucliden uitgevoerd worden. Voor leden van de bevolking kunnen de doses in eerste instantie conservatief doch realistisch worden geschat. Met betrekking tot de externe stralingsdosis kan, naarmate de afstand tussen de bron en de locatiegrens groter is, een grovere, doch realistisch conservatieve, schatting plaatsvinden. Indien de externe stralingsdosis met deze grove schatting uitkomt op minder dan 10 µSv omgevingsdosisequivalent [H*(10)] in een kalenderjaar is een nadere berekening niet nodig. Deze 10 µSv is het secundaire niv