Bijlage 3.1 Uitvoeringsregeling stralingsbescherming: behorende bij de artikelen 3.4 tot en met 3.7
Uitvoeringsregeling stralingsbescherming
Activiteit Toelichting Waardering Minimum te behalen punten per 5 jaar bij herregistratie Na- en bijscholing Bewijs van deelname aan een door de aangewezen instelling goedgekeurde cursus 10 punten per dag coördinerend deskundige: 60 punten algemeen coördinerend deskundige: 70 punten Na- en bijscholing met examen Bewijs van positief resultaat op examen/toets bij door de aangewezen instelling goedgekeurde cursus 15 punten per dag Bijwonen symposia en congressen Bewijs van deelname aan een door de aangewezen instelling goedgekeurd symposium, congres, e.d. 5 punten per dag coördinerend deskundige: 20 punten algemeen coördinerend deskundige: 60 punten (Poster)presentatie op symposium, congressen, gastdocentschap Bewijs via programma van het symposium 10 punten per lezing Publicatie in vaktijdschrift Ingestuurd tijdschrift 5 punten per publicatie Publicatie in gerefereerd tijdschrift Ingestuurd tijdschrift 10 punten per publicatie Doceren aan erkend opleidingsinstituut of erkende nascholing Cursusprogramma 2 punten per lesuur Deelnemen aan (Inter)nationale commissies Deelnemerslijst 10 punten per commissie per jaar Lidmaatschap één of meerdere vakverenigingen Bewijs van lidmaatschap van één of meer van de verenigingen op een door de aangewezen instelling samengestelde lijst 2 punten per jaar Om te voldoen aan de kerncompetenties om buitengewoon ingeschreven als algemeen coördinerend deskundige dient deze persoon aan te tonen over de volgende kerncompetenties te beschikken: Kerncompetentie 1: De algemeen coördinerend deskundige kan op overtuigende wijze inhoudelijk leiding geven aan meerdere lokaal toezichthoudend deskundigen en aan een Stralingsbeschermingseenheid teneinde in complexe organisaties het systeem van stralingsbescherming vorm en inhoud te geven. Dit betekent dat hij vooraf schriftelijke interne toestemmingen op basis van gedane risico-inventarisaties (RI&E’s) kan verlenen voor alle handelingen (en werkzaamheden) met ioniserende straling in of door de organisa
- 1. een stralingsbeschermingseenheid kan opzetten;
- 2. in overleg met de ondernemer een beleidsplan voor de stralingshygiëne kan opstellen;
- 3. de vigerende regelgeving kent en kan toepassen;
- 4. alle (potentiële) stralingsrisico’s in kaart kan brengen;
- 5. contact kan leggen en onderhouden met alle relevante belanghebbenden in de organisatie;
- 6. kan participeren in relevante formele en informele overleggen;
- 7. medewerkers van de stralingsbeschermingseenheid inhoudelijk kan aansturen, motiveren en coachen;
- 8. adequaat kan reageren op stralingsincidenten;
- 9. een up-to-date Kernergiewetdossier kan voeren;
- 10. een auditplan kan opstellen en uitvoeren;
- 11. een stralingsjaarverslag kan schrijven;
- 12. adequate veiligheidsmaatregelen kan voorstellen; en
- 13. helder kan communiceren naar alle relevante belanghebbenden bij non-compliance.
- 1. zich bewust is kan zijn van zijn rol in de organisatie;
- 2. wet- en regelgeving kan interpreteren en implementeren, inclusief aanpalende regelgeving;
- 3. de good practices in het vak kent en kan toepassen;
- 4. effectief overleg kan organiseren dan wel daarin effectief kan participeren;
- 5. globaal bekend is met de verspreidingsmodellen van activiteit in water, bodem en lucht en deze kan toepassen of kan laten toepassen;
- 6. de ecologische risico’s van bedoelde of onbedoelde lozingen van activiteit door de organisatie kan inschatten en evalueren;
- 7. de stralingsveiligheidsaspecten bij ontwerp en gebruik van deeltjesversnellers kan toepassen;
- 8. de lokale en (inter)nationale hulpverlenings- en rampenorganisaties kent;
- 9. een responsplan incidenten/rampen kan opstellen.
- 1. afschermings- en dosisberekeningen in complexe situaties kan beoordelen of zelf kan uitvoeren;
- 2. doelgroepgericht kan communiceren;
- 3. heldere en vakmatig goed onderbouwde adviezen kan geven; en
- 4. vanwege zijn kennis gezag kan opbouwen.
- 1. de werkwijze en de inhoud van de publicaties van nationale en internationale organisaties kent; en
- 2. goede kennis heeft van de fysische basis van het vakgebied en deze kan toepassen.
- 1. kritisch kan reflecteren op wetenschappelijke publicaties, rekenmodellen en regelgeving en daarover zijn mening onder woorden kan brengen;
- 2. actief kan participeren bij congressen en symposia;
- 3. in databases en literatuurzoeksystemen de weg kent;
- 4. de grondslagen van het vakgebied stralingsbescherming beheerst;
- 5. voorlichting en instructie kan geven, voordrachten houden, onderwijs verzorgen, posters maken en effectief met de pers kan omgaan;
- 6. de ethische aspecten van het vakgebied stralingsbescherming kan bespreken; en
- 7. in een debat op argumenten gebruikmakend van debattechnieken overtuigend over komt.
- 1. boven de leerstof van de opleiding Stralingsbeschermingsdeskundige staat;
- 2. de grondbeginselen van het vak epidemiologie kan toepassen;
- 3. de normatieve en ethische basisprincipes die gerelateerd zijn aan het vakgebied; stralingsbescherming en de uitwerking daarvan in nationale en internationale codes beheerst;
- 4. de aspecten van de stralingsbeschermingscultuur kent;
- 5. de relatie tussen gezondheidseffect en blootstelling kan benoemen en onderbouwen;
- 6. risicovergelijkingen kan maken;
- 7. de methoden voor risicocommunicatie beheerst;
- 8. grondbeginselen van de radiobiologie goed beheerst, van moleculaire effecten tot gezondheidsschade, voor het gehele dosisbereik van laag tot hoog;
- 9. de stralingsongevallencasuïstiek kent; en
- 10. de wetenschappelijke discussies over de validiteit van bijvoorbeeld de Linear- Non-Threshold-hypothese en de relatie tussen de effecten van lage versus hoge blootstellingen kent.
- 1. een adequate risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) kan maken, gerelateerd aan het ondernemingsdoel met inachtneming van de werknemersbelangen; zich bewust is van het spanningsveld tussen verschillende (deel)belangen en dat in de praktijk soepel en flexibel kan hanteren zonder het te behalen doel (een veilige werkplek) uit het oog te verliezen;
- 2. adequate werkplannen en procedures kan opstellen, evalueren en verbeteren;
- 3. adviezen (zowel gevraagd als ongevraagd) kan gevenvoor beleid gericht op risicobeperking en praktische implicaties daarvan voor medewerkers, bezoekers van de organisatie en de leefomgeving en dit beleid adequaat en overtuigend kan uitdragen en implementeren in de organisatie;
- 4. het spanningsveld tussen het toepassen van het ALARA-principe en de daarmee gepaard gaande kosten kan hanteren;
- 5. zijn positie in de organisatie en naar buiten toe goed kan inschatten (organisatiesensitiviteit) en daardoor proportioneel en in een bestuurlijke context kan handelen;
- 6. op basis van kennis van verschillende detectiemethoden adequaat kan adviseren en oordelen over de inzet/toepassing van bepaalde werkwijzen bij bekende en (soms) onbekende stralingsbronnen;
- 7. bij nieuw- en verbouw kan adviseren over de gewenste bouwkundige voorzieningen met betrekking tot stralingsveiligheid;
- 8. betrouwbaar en reproduceerbaar het stralingsniveau, een oppervlaktebesmetting, de activiteit (bijvoorbeeld in excreta) en het dosis(tempo) kan meten (meettechniek, meetstatistiek);
- 9. reguliere kwaliteitsmonitoringsystemen kan opzetten en audits kan houden;
- 10. geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen kan adviseren voor de te onderscheiden werkzaamheden/handelingen (wijze van blootstelling) en situaties (bijvoorbeeld een zwangere blootgestelde werker);
- 11. aan blootgestelde werkers de meest geschikte vorm van persoonsdosimetrie kan toekennen;
- 12. verkregen meetgegevens kan interpreteren en duiden in het kader van normen en limieten;
- 13. met radiometrische grootheden kan rekenen;
- 14. afschermingsberekeningen kan uitvoeren, blootstellingspaden en afgeleide operationele limieten kan bepalen en de effectieve (volg)dosis door uitwendige bestraling en inwendige besmettingen kan berekenen (via vuistregels, ICRP-modellen en metingen).
- 1. (voor)kennis heeft van de wiskunde, fysica en scheikunde op het examenniveau van het voortgezet onderwijs;
- 2. over een verzameling van basisvaardigheden beschikt om vakliteratuur te kunnen lezen en de inhoud toe te kunnen passen (wiskunde: integreren/differentiëren, statistiek, rekenvaardigheden, werken met rekenbladen (spreadsheets) etc.);
- 3. kennis heeft van de drie hoofdprincipes van de stralingsbescherming (rechtvaardiging, ALARA, limieten);
- 4. kennis heeft van de basisanatomie en fysiologie van de mens;
- 5. voor alle toegepaste stralingstypen afschermingsberekeningen kan maken;
- 6. de verleende Kernenergiewetvergunning kan interpreteren en weet wanneer deze gewijzigd moet worden;
- 7. de terreingrensdosis kan berekenen – mede via de daartoe gepubliceerde modellen – en daarnaast de medewerkers- en bezoekersdoses binnen de terreingrens;
- 8. kennis heeft van actuele en relevante wet- en regelgeving en de hieromtrent benodigde administratie adequaat uitvoert;
- 9. kennis heeft van beveiliging van stralingsbronnen;
- 10. een aan de gestelde eisen voldoende vergunningsaanvraag of -wijziging c.q. revisie kan opstellen;
- 11. alle dosis- en aanverwante begrippen kent die in de regelgeving worden genoemd en er mee kan werken;
- 12. de eisen kent die aan een Kernenergiewetdossier worden gesteld en deze kan toepassen voor de eigen organisatie;
- 13. de regels kent en toepast die gelden per onderdeel van de levenscyclus/logistieke beheersketen van radioactieve stoffen en bronnen/toestellen;
- 14. een indeling in speciale, bewaakte en gecontroleerde zones kan maken, inclusief beschrijving van vereiste bouwkundige voorzieningen en toegangsprocedures;
- 15. bekend is met transportregelgeving (ADR) met betrekking tot radioactieve stoffen, kan vaststellen of aan de eisen van ADR klasse 7 moet worden voldaan, etiketten kan (her)kennen, een transportindex-bepaling kan uitvoeren en een vervoersdocument correct kan invullen;
- 16. de actuele ICRP-modellen voor inwendige-besmettingsberekeningen kent en er mee kan rekenen, met inbegrip van de daarbij voorkomende begrippen zoals U, SEE en SAF;
- 17. het ALARA-beginsel kan toepassen op handelingen en werkzaamheden van uiteenlopende complexiteit;
- 18. op de hoogte is van de ecologische aspecten van ioniserende straling (gezondheidseffecten op planten, dieren en ecosystemen);
- 19. bekend is met de nuclidenkaart (of analoog) en de daarop vermelde gegevens in berekeningen kan toepassen;
- 20. voldoende kennis en inzicht heeft in de radiobiologie om risicoschattingen te maken en daarop gebaseerde adviezen te geven aan (onder andere zwangere) blootgestelden;
- 21. effectieve, doelgroepgerichte (werk)instructie en voorlichting geeft, zowel individueel als in groepen;
- 22. kennis heeft van de fysische en radiobiologische eigenschappen van alfastraling, bètastraling, positronen, fotonen, neutronen, protonen en ioniserende straling producerende toestellen (met name röntgenapparatuur) en bronnen;
- 23. secundaire effecten kent bij hoogenergetische straling (remstraling; (γ, n)-reacties);
- 24. brede algemene kennis heeft van de achtergrondstraling (aard, type, oorsprong, dosisbelasting per bronterm en belastingspad).
- 1. bij een (dreigend) incident, onder druk en op locatie de urgentie/risicogrootte adequaat kan inschatten;
- 2. (verdere) contaminatie van de omgeving kan voorkomen door het toepassen van de juiste maatregelen;
- 3. de daarbij passende maatregelen, detectie- en meetmethoden kan kiezen, initiëren en/of toepassen of laten toepassen en de daaruit voortkomende meetresultaten kan interpreteren;
- 4. een decontaminatieplan kan opstellen en laten uitvoeren;
- 5. de verantwoordelijkheid die bij zijn rol past actief op zich kan nemen;
- 6. een ontstane afwijkende situatie zo nodig binnen een dag terug kan brengen naar de normale werkbare situatie (tenzij fysisch onmogelijk);
- 7. binnen een uur een eerste dosisschatting kan geven aan de hand van meetwaarden en gegevens zoals vermeld in het Handboek Radionucliden (of vergelijkbaar);
- 8. ervoor kan zorgen dat in overleg met de leiding van de organisatie adequate regie en samenwerking met andere deskundigen en disciplines plaatsvindt (bijvoorbeeld met de afdeling Communicatie/Voorlichting), inclusief melding aan de Inspectie conform een vergunningsvoorschrift;
- 9. het incident kan evalueren en de uitkomsten naar beleid en interne procedures vertaalt.
- 1. de situatie snel overziet omdat hij bekend is met de bronnen en de locatie, vanwege reguliere contacten, verrichte audits en bekendheid met de werkzaamheden/handelingen;
- 2. praktische vuistregels kent en deze vlot toepast;
- 3. kennis heeft van (uitwendige) decontaminatiemethoden voor mens en ruimtes;
- 4. inschat wanneer de situatie acute medische hulp vereist als gevolg van stralingsincidenten;
- 5. blootgestelde personen (of zij die denken te zijn blootgesteld) op onderbouwde wijze geruststelt en het gevoel van veiligheid op de werkvloer terugbrengt.
- 1. met alle betrokkenen (van laag tot hoog in de organisatie) effectief kan communiceren over stralingsrisico’s en werkwijzen;
- 2. het vakgebied stralingsbescherming in brede zin kan overzien en daarin een bepaalde diepgang kan verwerven;
- 3. stralingsrisico’s in een maatschappelijke context kan plaatsten, zowel binnen als buiten de organisatie;
- 4. de relatie tussen de stralingsrisico’s en die van andere agentia en risico’s op de werkvloer kan vergelijken met het (arbo)risicobeleid en daarbij rekening kan houden met verschillen in risicoperceptie;
- 5. leesbare werkprotocollen kan opstellen en beoordelen;
- 6. kan reflecteren op zijn eigen normen en waarden, integriteit en ethiek;
- 7. zich open kan stellen voor intervisie en kritiek;
- 8. kan reflecteren op zijn eigen risicoperceptie ten aanzien van stralingsblootstelling;
- 9. de grens van zijn expertise kan onderkennen en zichzelf bijschoolt.
- 1. aan het systeem van stralingsbescherming praktische invulling kan geven;
- 2. in voldoende mate de weg kent op internet en in de literatuur om de eigen kennis up to date te houden en bekend is met het systeem van nascholing in Nederland;
- 3. globaal bekend is met de eigenschappen en risico’s van niet-ioniserende straling;
- 4. globaal bekend is met de brontermen en handelingen of werkzaamheden in de (inter)nationale nucleaire industrie; de medische toepassingen (nucleaire geneeskunde incl. cyclotron, radiotherapie, radiodiagnostiek); de industriële wereld (olie/gas, bagger, niet-destructief onderzoek) en de luchtvaart.