Bijlage 1.4 Uitvoeringsregeling stralingsbescherming: , behorende bij artikel 1.3

Uitvoeringsregeling stralingsbescherming

Gegevens voor de bepaling van de effectieve volgdosis (E(τ)) na uitwendige bestraling of inname van een radioactieve stof met behulp van de tabellen in bijlage 3 van richtlijn 96/29 en in bijlage 2 van de Mededelingen van de Commissie betreffende de toepassing van richtlijn 96/29, van 23 februari 1998. De effectieve dosis ten gevolge van externe bestraling wordt bepaald met behulp van ICRP-publicatie 74 en ICRU-publicatie 57. Tenzij anders aangegeven gelden de voorschriften ten aanzien van doses voor de som van de doses tengevolge van de uitwendige blootstelling over een bepaalde periode en van de volgdoses voor 50 jaar (voor kinderen tot de leeftijd van 70 jaar) ten gevolge van inname tijdens diezelfde periode. De betreffende periode is de periode die is aangegeven in de artikelen 9 en 13 van de richtlijn 96/29 in verband met de dosislimieten. Over het algemeen wordt de effectieve dosis E die een individu van de leeftijdsgroep g ontvangt overeenkomstig onderstaande formule berekend: waarin: Eextern de effectieve dosis is ten gevolge van externe blootstelling; In tabel 1 en 2 wordt aangegeven wat de effectieve volgdosis per via ingestie en inhalatie ingenomen activiteit (Bq) radionuclide is voor leden van de bevolking in verschillende leeftijdsklassen. Omdat in tabel 4 alleen gegevens voor volwassen werknemers worden gegeven, kan kolom ‘12–17a’ ook worden gebruikt voor het bepalen van de dosis voor leerlingen en studerenden van 16 en 17 jaar. Hierbij kan het nuttig zijn om in sommige situaties na te gaan of de voor de leden van de bevolking gehanteerde standaardparameters toepasselijk zijn voor de fysische en chemische vormen waarin de radionucliden op het werk voorkomen. De dochternucliden van radon (Rn-222) en thoron (Rn-220) blijven daarbij buiten beschouwing. Wat betreft blootstelling van leden van de bevolking zijn in tabel 1 voor ingestie de waarden verwerkt die overeenkomen met de verschillende factoren f1 voor opname via de darmwand bij zuigelingen en oudere