Art. 4.5 Uitvoeringsregeling stralingsbescherming, Eisen aan ingekapselde bronnen

Uitvoeringsregeling stralingsbescherming

1. Een ondernemer zorgt ervoor dat:

a. een binnenkomende zending met een ingekapselde bron op een door de toezichthoudend deskundige aangewezen plaats wordt uitgepakt en gecontroleerd;

b. indien de verpakking beschadigd is of wanneer tijdens het transport een stralingsincident heeft plaatsgevonden, de toezichthoudend deskundige wordt geïnformeerd en een besmettingscontrole plaatsvindt op de verpakking voorafgaand aan het uitpakken;

c. wanneer een zending met een ingekapselde bron buiten werktijd wordt afgeleverd, de toezichthoudend deskundige hierover onmiddellijk wordt geïnformeerd en de bron direct wordt opgeslagen in een bergplaats;

d. de retouremballage van een zending met een ingekapselde bron, alvorens zij de locatie verlaat, zowel in- als uitwendig wordt ontdaan van radioactieve besmetting, waarbij tevens aanduidingen of waarschuwingstekens van radioactiviteit hierop worden verwijderd of onleesbaar worden gemaakt;

e. de constructie van een ingekapselde bron voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn in de International Standard ISO 2919:1999 of recenter;

f. de ingekapselde bron vergezeld gaat van het broncertificaat dat voor deze bron is afgegeven;

g. de omstandigheden waaronder het feitelijk gebruik van de ingekapselde bron plaatsvindt, niet zwaarder zijn dan waarvoor deze is ontworpen;

h. de ingekapselde bron niet lek is;

i. de gegevens van de ingekapselde bron bekend zijn en de ingekapselde bron, indien praktisch mogelijk, voorzien is van een serienummer;

j. de ingekapselde bron of de bronhouder, indien praktisch mogelijk, is voorzien van een waarschuwingsteken.