Bijlage II Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Beleidsregels en subsidieplafond Migratie en Ontwikkelingsprogramma 2014): - Vrijwillige, duurzame terugkeer en herintegratie van ex-asielzoekers

Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Beleidsregels en subsidieplafond Migratie en Ontwikkelingsprogramma 2014)

In deze bijlage zijn de beleidsregels opgenomen voor subsidieverlening in het kader van beleidsprioriteit 6 van de beleidsnotitie Internationale Migratie en Ontwikkeling 20084*Kamerstukken II 2007/08, 30 573, nr. 11, te weten het bevorderen van vrijwillige, duurzame terugkeer en herintegratie van ex-asielzoekers (kortweg: ‘vrijwillige terugkeer’). Met deze beleidsregels wordt uitvoering gegeven aan: De financiële ondersteuning van de vrijwillige terugkeer behoort niet tot de doelstellingen van deze beleidsregels.7Vrijwillig terugkerende asielzoekers hebben het recht om naast ondersteuning in natura gebruik te maken van financiële ondersteuning onder het programma Return and Emigration of Aliens from the Netherlands (REAN) en de Herintegratieregeling Terugkeer (HRT). Ook in 2014 worden REAN en HRT uitgevoerd door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Subsidies in het kader van de ondersteuning van vrijwillige terugkeer van ex-asielzoekers zijn bedoeld voor vanuit Nederland opererende non-gouvernementele organisaties (ngo’s), die aantoonbare ervaring hebben met projecten voor vrijwillige terugkeer. Organisaties kunnen zowel zelfstandig als gezamenlijk een aanvraag indienen. In het geval van een gezamenlijke aanvraag treedt één van hen namens hen allen op als penvoerder, de andere zijn mede-indieners. Indien een dergelijke aanvraag wordt gehonoreerd, wordt de penvoerder de subsidieontvanger. Hij zal volledig verantwoordelijk en aanspreekbaar zijn voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten en voor de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen. Organisaties die geen aantoonbare ervaring hebben zoals hierboven bedoeld, komen niet als zelfstandige aanvrager of penvoerder in aanmerking voor subsidie. Zij kunnen wel aan projecten meewerken als partner van organisaties die voor subsidie in aanmerking komen, of als mede-indiener optreden in een gezamenlijke aanvraag. Dit laatste geldt ook voor ngo’s uit andere landen. Voor subsidieve