Bijlage I Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Beleidsregels en subsidieplafond Migratie en Ontwikkelingsprogramma 2014): beleidsprioriteit 1 tot en met 5
In deze bijlage zijn de beleidsregels opgenomen voor subsidieverlening in het kader van de beleidsprioriteiten 1 t/m 5 zoals nader omschreven in de Beleidsnotitie Migratie en Ontwikkeling 20081Kamerst. II, 2007/2008, 30 573, nr. 11, te weten: Algemene doelstelling is de positieve bijdrage van migratie aan de ontwikkeling van herkomstlanden te vergroten en negatieve effecten tegen te gaan. Aanvragen voor een financiële bijdrage uit het centrale fonds voor migratie en ontwikkeling kunnen ingediend worden door non-gouvernementele organisaties. Organisaties met rechtspersoonlijkheid naar internationaal recht kunnen geen subsidie ontvangen. Zij kunnen niettemin projectvoorstellen indienen. Deze zullen aan dezelfde criteria worden getoetst als aanvragen van subsidieaanvragers. Indien een voorstel voor financiering in aanmerking komt, zal een arrangement worden gesloten. Het daarmee gemoeide bedrag komt niet ten laste van het subsidieplafond. Indien een projectvoorstel van een organisatie met rechtspersoonlijkheid naar internationaal recht voor een of meerdere van genoemde beleidsprioriteiten wordt goedgekeurd, zal indien nodig het subsidieplafond naar beneden worden bijgesteld met het oog op financiering van het arrangement met die organisatie, voor zover de middelen van het subsidieplafond nog niet zijn uitgeput. Een dergelijke aanvraag zal uiteraard geen gevolgen hebben voor subsidieaanvragen die al waren ingediend op het moment van verlaging van het subsidieplafond. Organisaties met een winstoogmerk komen niet in aanmerking voor subsidie. Laatstgenoemde organisaties kunnen wel als medeaanvrager deelnemen, maar niet als penvoerder, doch uitsluitend indien de te financieren activiteiten geen winstoogmerk hebben. Organisaties kunnen zowel zelfstandig als gezamenlijk een aanvraag indienen. In het geval van een gezamenlijke aanvraag treedt een van hen namens allen op als penvoerder, de andere zijn mede-indieners. Indien een dergelijke aanvraag wordt gehonoreerd, wordt de pe
- 1. Meer aandacht voor migratie in ontwikkelingsbeleid en voor ontwikkeling in migratiebeleid;
- 2. Institutionele ontwikkeling op het gebied van migratiemanagement;
- 3. Stimuleren van circulaire migratie / brain gain;
- 4. Versterken van betrokkenheid van migrantenorganisaties;
- 5. Versterken van de relatie tussen geldovermakingen en ontwikkeling.
- • activiteiten van structurele aard zoals reguliere exploitatiekosten en lidmaatschapskosten;
- • activiteiten met een winstoogmerk.
- • Een uitgewerkt activiteitenplan (projectplan) met een overzicht van activiteiten, naar aard, omvang, fasering en onderling verband, in relatie tot de daarmee beoogde doelstellingen en meetbare resultaten en verwachte effecten, voor de eerstvolgende twaalf maanden van het tijdvak waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- • Een duidelijke en uitgebreide begroting van het project, die inzicht geeft in de inkomsten daaronder begrepen bijdragen van derden, en uitgaven gerelateerd aan de voorgenomen activiteiten van de eerstvolgende twaalf maanden van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd en die is voorzien in een toelichting per begrotingspost. Uit de begroting wordt in ieder geval duidelijk wat de activiteiten gerelateerde kosten en de organisatiekosten zijn.
- • Een liquiditeitsprognose voor de eerstkomende zes maanden.
- • Indien de activiteiten zich over een tijdvak van meer dan twaalf maanden uitstrekken gaat het activiteitenplan vergezeld van een globaal overzicht van werkzaamheden, doelstellingen, resultaten en verwachte effecten voor de resterende periode van het tijdvak.
- • Indien de activiteiten zich over een tijdvak van meer dan twaalf maanden uitstrekken gaat de begroting vergezeld van een financiële raming voor de daaropvolgende periode.
- 1. voor de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie;
- 2. voor de mate waarin de activiteiten een meer dan incidentele uitwerking kunnen hebben;
- 3. of de activiteiten tenminste aan een van bovengenoemde beleidsprioriteiten bijdragen;
- 4. voor de keuze van activiteiten in relatie tot het bredere beleidskader voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zoals vastgelegd in de nota ‘Wat de wereld verdient. Een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen’3Kamerstukken II TK 33 625, nr. 1.
- 5. dat activiteiten plaatsvinden in een of meerdere OESO/DAC-landen genoemd in Annex A dan wel gericht zijn op een doelgroep afkomstig uit een of meer van deze landen;
- 6. of de voorgestelde activiteiten waar relevant aansluiten bij ontwikkelingsdoelen van lokale autoriteiten;
- 7. dat de aanvrager en/of een bij de uitvoering van de activiteiten betrokken partnerorganisatie ervaring heeft met de voorgestelde dan wel soortgelijke activiteiten;
- 8. voor de mate waarin de indiener ook zelf bijdraagt aan de bekostiging van de voorgestelde activiteiten;
- 9. hoe de aanvrager de uitvoering monitort en evalueert.