Art. 3 Tijdelijke regeling tegemoetkoming voor niet AWBZ-verzekerde arbeidsongeschikten, Rechthebbende

Tijdelijke regeling tegemoetkoming voor niet AWBZ-verzekerde arbeidsongeschikten

Rechthebbende op grond van deze regeling is degene die:

a. op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op:

1°. een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer;

2°. een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

3°. een werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

4°. een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen bij een arbeidongeschiktheid van 35% of meer; of

5°. arbeidsondersteuning of op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer; en

b. woonachtig is op het grondgebied van:

1°. één van de andere lidstaten van de Europese Unie dan Nederland;

2°. een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;

3°. Aruba, Curaçao, Sint Maarten, of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, of

4°. een staat waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft afgesloten; en

c. geen recht heeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 10 van de Wtcg.