Art. 5 Mandaatregeling Raad voor de Kinderbescherming 2013
Mandaatregeling Raad voor de Kinderbescherming 2013
1. Bij verhindering van de directeur van het landelijk bureau is een regiodirecteur bevoegd, daartoe schriftelijk aangewezen door de algemeen directeur.
2. Bij verhindering van de regiodirecteur is de regiodirecteur van een andere regio bevoegd, daartoe schriftelijk aangewezen door de algemeen directeur.