Art. 3 Verordening op de afdelingen en de kringen

Verordening op de afdelingen en de kringen

1. De afdelingen en kringen benoemen uit hun midden een bestuur dat ten minste bestaat uit drie personen.

2. Het afdelings- en kringbestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester.

3. De bestuursleden worden benoemd voor drie jaren. Herbenoeming is tweemaal mogelijk.

4. Jaarlijks treedt een deel van de bestuursleden af volgens een door het afdelings- en kringbestuur vast te stellen rooster. Het rooster wordt zodanig ingericht, dat voor zover mogelijk, telkens hetzelfde aantal bestuursleden aftreedt.