Art. 4.17 Wet BRP, Straf- en slotbepalingen
Wet basisregistratie personen (Wet BRP)
Het college van burgemeester en wethouders kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 325,– opleggen:
a. ter zake van overtreding van de artikelen 2.38, 2.39, 2.40, vijfde lid, 2.43 tot en met 2.47, 2.50, 2.51 en 2.52;
b. aan degene met een woonadres in de gemeente die bewust toelaat dat een andere persoon met datzelfde woonadres is ingeschreven, terwijl hij weet dat dit onjuist is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1052
- Conclusie A-G de Bock 9 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:484
- Rb. Rotterdam 12 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5359
- Rb. Rotterdam 19 januari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:389
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6376
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 april 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:2167
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 december 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:6543
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 februari 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:645
- Rb. Rotterdam 30 mei 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4260
- Rb. Rotterdam 5 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:831
- Rb. Rotterdam 13 juli 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6634
- Rb. Amsterdam 7 juni 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2964
- Rb. Amsterdam 14 juni 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:4205