Art. 2.55 Wet BRP, Ingezetenen
Wet basisregistratie personen (Wet BRP)
1. Het college van burgemeester en wethouders voldoet binnen vier weken aan het verzoek van eenieder die het recht van inzage, bedoeld in artikel 15 van de verordening, uitoefent.
2. De verzoeken, bedoeld in het eerste lid, worden gedaan door:
a. ouders, voogden of verzorgers voor minderjarigen jonger dan 16 jaar;
b. curatoren voor onder curatele gestelden.
3. De kopie van de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de verordening, kan desgewenst worden gewaarmerkt.
4. Het college draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:938
- ABRvS 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1538
- ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:648
- Rb. Limburg 9 mei 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:4242
- Rb. Rotterdam 15 oktober 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10266
- Rb. Midden-Nederland 30 september 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4132
- Rb. Den Haag 16 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3986
- Rb. Den Haag 17 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1044