Art. 2.47 Wet BRP, De verplichtingen van de burger
Wet basisregistratie personen (Wet BRP)
Degene ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders het redelijke vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van een aangifte als bedoeld in de artikelen 2.38 tot en met 2.43, verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desgevraagd in persoon, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen en legt de geschriften over die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 2 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2978
- ABRvS 22 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2800
- ABRvS 7 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2366
- Rb. Rotterdam 14 maart 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:2314
- Rb. Rotterdam 13 november 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11282
- Rb. Rotterdam 25 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7256
- Rb. Rotterdam 25 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7254
- Rb. Rotterdam 24 mei 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4261
- Rb. Rotterdam 23 juni 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6122
- Rb. Rotterdam 1 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:5741
- Rb. Rotterdam 13 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2106
- Rb. Oost-Brabant 4 maart 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:772
- Rb. Midden-Nederland 26 januari 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:573
- Rb. Den Haag 2 februari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:1229
- Rb. Amsterdam 25 maart 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1412