Art. 2.40 Wet BRP, De verplichtingen van de burger
Wet basisregistratie personen (Wet BRP)
1. Degene die zijn woonadres heeft in een instelling die is aangewezen op grond van het derde of het vierde lid kan, in afwijking van de artikelen 2.38, eerste lid, en 2.39, eerste lid, in plaats van zijn woonadres een briefadres kiezen en daarvan overeenkomstig de genoemde bepalingen aangifte doen.
2. Een instelling wordt slechts aangewezen indien de aard van de instelling meebrengt, dat door opneming van het adres daarvan in de basisregistratie de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen onevenredig zou kunnen worden geschaad.
3. Onze Minister kan categorieën van instellingen dan wel instellingen afzonderlijk aanwijzen, voor zover het betreft:
a. instellingen voor gezondheidszorg;
b. instellingen op het gebied van de kinderbescherming;
c. penitentiaire instellingen.
4. Het college van burgemeester en wethouders kan een in de gemeente gevestigde instelling aanwijzen waarin beschermd wonen of opvang wordt verstrekt als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
5. Het hoofd van een aangewezen instelling doet aan de betrokken personen tijdig schriftelijk mededeling van de mogelijkheid tot aangifte van een briefadres.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2926
- HR 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1052
- Conclusie A-G de Bock 9 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:484
- CRvB 9 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2437
- Rb. Den Haag 24 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:981
- Rb. Den Haag 29 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3305
- Rb. Rotterdam 13 mei 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5875
- Conclusie A-G Aben 22 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2266
- ABRvS 4 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3002
- Rb. Zeeland-West-Brabant 8 augustus 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:4571
- Rb. Noord-Nederland 16 februari 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:613
- Rb. Midden-Nederland 29 april 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1762
- Rb. Limburg 5 december 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:12016
- Rb. Gelderland 24 januari 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:451
- Conclusie A-G Wattel 20 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1511