Bijlage 1 Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Matra CoPROL 2014-2015): inleiding
Voor u ligt het Subsidiebeleidskader Tweede Fase Matra Cooperation with Pre-accession countries on Rule Of Law (CoPROL) voor de periode 2014-2015. Dit beleidskader vormt het richtsnoer voor de beoordeling van de aanvragen voor subsidies onder dit kader. Samen met het verplicht te hanteren aanvraagstramien dat gepubliceerd is op de website van de Rijksoverheid3http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/europese-subsidies vormt het tevens de leidraad bij het opstellen van de subsidieaanvraag voor de periode 2014–2015. Nederland zal in de periode 2014-2015 realistisch en selectief middelen en menskracht inzetten om de doellanden te helpen voldoen aan de politieke Kopenhagencriteria, waarbij de effectiviteit van de besteding van de middelen voorop staat. In dit Subsidiebeleidskader worden in hoofdstuk 2 allereerst de beleidsuitgangspunten geschetst die de basis vormen voor de Tweede Fase Matra CoPROL 2014–2015. De uitgangspunten zijn vertaald in drempelcriteria waar een aanvrager aan moet voldoen om voor subsidieverlening in het kader van de Tweede Fase Matra CoPROL 2014–2015 in aanmerking te kunnen komen. Vervolgens zijn op basis van de beleidsuitgangspunten beoordelingscriteria opgesteld die de basis vormen voor de beoordeling van de subsidieaanvragen die aan de drempelcriteria voldoen. Voordat deze criteria uiteen worden gezet in hoofdstuk 4, beschrijft dit Subsidiekader in hoofdstuk 3 hoe de beoordelingsprocedure van subsidieaanvragen zal verlopen. De beoordeling gebeurt in drie achtereenvolgende fasen, steeds aan de hand van toetsen die de verschillende beoordelingscriteria bevatten. De eerste beoordelingsfase bestaat uit een toets op de drempelcriteria (D-toets), de tweede fase bestaat uit een organisatietoets (O-toets) aan de hand waarvan een oordeel wordt gevormd over de kwaliteit en doelmatigheid van de aanvragende organisatie. De derde fase bestaat uit een beoordeling van de kwaliteit van het programma door middel van een programmatoets (P-toets). De waarden waar
- • stabiele instellingen hebben die de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden garanderen;
- • over een functionerende markteconomie beschikken en opgewassen zijn tegen de concurrentie uit de EU;
- • de gemeenschappelijke wetten en regels van de EU overnemen en invoeren.
- 1. Matra CoPROL: Op pre-accessie gerichte ondersteuning van centrale overheden Dit onderdeel financiert samenwerking tussen Nederlandse overheidsinstellingen en hun tegenvoeters in de Matra-landen. De samenwerking moet gericht zijn op overname van het EU-acquis op het gebied van Rule of Law en is complementair aan activiteiten van de Europese Commissie. Deze samenwerking vergroot Nederlandse zichtbaarheid bij de ontvangende overheden.
- 2. Training van ambtenaren en jonge diplomaten uit Matra-landen Ambtenaren uit pre-accessielanden kunnen korte trainingen in Nederland volgen over onderwerpen die van belang zijn voor EU-toetreding (het Matra PATROL – Pre-Accession Training on Rule of Law-programma). Ook volgen jonge diplomaten uit deze landen een korte opleiding in Nederland. Deze trainingen dragen bij aan ontwikkeling van de rechtsstaat en het voldoen aan de EU-toetredingscriteria. Daarnaast vormen de alumni een uitgebreid netwerk van voor Nederland nuttige contacten.
- 3. Ondersteuning en versterking van maatschappelijke initiatieven De nadruk ligt hierbij op versterking van de rechtsstaat als cruciaal element van de Kopenhagencriteria. Dit gedeelte van het Matra-programma is gedelegeerd aan de Nederlandse ambassades in de doellanden. Zij kunnen hiermee activiteiten van lokale organisaties ondersteunen. Nederlandse maatschappelijke organisaties kunnen bij de uitvoering betrokken zijn als de lokale organisatie daarom vraagt.
- 1. Rechtspraak en rechtshandhaving
- – rechterlijke organisatie, professionele, efficiënte, onafhankelijke, voorspelbare, onpartijdige, transparante, integere rechtspraak;
- – rechtshandhaving, criminaliteitsbestrijding, opsporing, vervolging, inclusief versterking van het Openbaar Ministerie;
- – incorporatie van internationale strafrechtnormen, lokale berechting van oorlogsmisdadigers, samenwerking met internationale tribunalen;
- – justitieel jeugdbeleid: de jeugdstrafrechtketen, kinderbescherming en bestrijding van huiselijk geweld.
- 2. Openbaar bestuur/openbare orde/politie/vreemdelingenbeleid
- – ‘Good Governance/Goed Bestuur’. Het gaat met name om:
- ○ vergroting van de controleerbaarheid, legitimiteit, voorspelbaarheid, transparantie en democratisering van overheidsoptreden;
- ○ decentralisatie en deregulering, beheer en financiering van openbare voorzieningen;
- ○ corruptiebestrijding;
- – professionalisering van het politieapparaat met betrekking tot de relatie politie-burger, politie-openbaar bestuur/Openbaar Ministerie, preventie, integriteit, wijkgerichte politiezorg;
- – gevangenishervormingen en reclassering;
- – versterking van de vreemdelingenketen, toepassing van de Schengenregels, bewaking van de buitengrenzen en implementatie van het Europees asiel- en migratiebeleid.
- 3. Mensenrechten/minderheden
- – activiteiten op het terrein van de mensenrechten, met bijzondere aandacht voor gendergelijkheid, vrijheid van de media (inclusief internet), religieuze vrijheid, bescherming van LHBTI-personen, en de bescherming en integratie van minderheden;
- – de rol van de overheid bij de bevordering van mensenrechten en de bescherming van minderheden;
- – informatievoorziening aan de burger in het belang van het beter functioneren van democratische samenleving en het versterken van een cultuur van tolerantie richting minderheden en LHBTI-personen.
- – Ministerie van Buitenlandse Zaken
- – Ministerie van Veiligheid en Justitie
- – Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- – Ministerie van Defensie
- – Ministerie van Financiën
- – Hoge Colleges van Staat
- – het Openbaar Ministerie
- – de Raad voor de Rechtspraak
- – Reclassering Nederland
- – de Nationale Politie
- – het College voor de rechten van de mens
- – de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen
- – het College bescherming persoonsgegevens
- – de Stichting Studiecentrum Rechtspleging
- – de Politieacademie
- – in Nederland gevestigde niet-gouvernementele organisaties (ngo's) en onderwijsinstellingen zonder winstoogmerk;
- – Nederlandse vestigingen van internationale ngo's die als een zelfstandige Nederlandse rechtspersoon bij een Kamer van Koophandel in Nederland zijn ingeschreven.
- 1. Drempelcriteria: criteria waaraan elke aanvraag zonder meer moet voldoen. Indien een aanvraag niet voldoet aan één of meerdere drempelcriteria, wordt de aanvraag afgewezen (drempeltoets, D-toets).
- 2. Criteria met betrekking tot de kwaliteit van de aanvragende organisatie (organisatietoets, O-toets).
- 3. Criteria met betrekking tot de kwaliteit van het programmavoorstel (programmatoets, P-toets).
- 1. het versterken van de capaciteit van ten minste een (semi-)overheidsinstelling in ten minste één van de doellanden om te voldoen aan het EU-acquis, door gebruik te maken van de capaciteit van een of meer relevante (semi-)overheidsinstelling(en) in Nederland, en
- 2. De versterking van de bilaterale betrekkingen tussen Nederlandse overheidsinstellingen en hun counterparts in ten minste één van de doellanden en het vergroten van het begrip voor het Nederlandse beleid in de doellanden.
- 1. Rechtspraak en rechtshandhaving
- – rechterlijke organisatie, professionele, efficiënte, onafhankelijke, voorspelbare, onpartijdige, transparante, integere rechtspraak;
- – rechtshandhaving, criminaliteitsbestrijding, opsporing, vervolging, inclusief versterking van het Openbaar Ministerie;
- – incorporatie van internationale strafrechtnormen, lokale berechting van oorlogsmisdadigers, samenwerking met internationale tribunalen;
- – justitieel jeugdbeleid: de jeugdstrafrechtketen, kinderbescherming en bestrijding van huiselijk geweld.
- 2. Openbaar bestuur/openbare orde/politie/vreemdelingenbeleid
- – ‘Good Governance/Goed Bestuur’. Het gaat met name om:
- ○ vergroting van de controleerbaarheid, legitimiteit, voorspelbaarheid, transparantie en democratisering van overheidsoptreden;
- ○ decentralisatie en deregulering, beheer en financiering van openbare voorzieningen;
- ○ corruptiebestrijding;
- – professionalisering van het politieapparaat met betrekking tot de relatie politie-burger, politie-openbaar bestuur/Openbaar Ministerie, preventie, integriteit, wijkgerichte politiezorg;
- – gevangenishervormingen en reclassering;
- – versterking van de vreemdelingenketen, toepassing van de Schengenregels, bewaking van de buitengrenzen en implementatie van het Europees asiel- en migratiebeleid.
- 3. Mensenrechten/minderheden
- – activiteiten op het terrein van mensenrechten, met bijzondere aandacht voor gendergelijkheid, vrijheid van de media (inclusief internet), religieuze vrijheid, bescherming rechten van LHBTI-personen, en de bescherming en integratie van minderheden;
- – de rol van de overheid bij de bevordering van mensenrechten en de bescherming van minderheden;
- – informatievoorziening aan de burger in het belang van het beter functioneren van democratische samenleving en het versterken van een cultuur van tolerantie richting minderheden en LHBTI-personen.
- 1. de overdracht van de inhoudelijke expertise die wordt ingebracht door één of meerdere Nederlandse (semi-)overheidsinstellingen als bedoeld in paragraaf 2.3.1, dan wel, mits dit niet in strijd is met de doelstellingen, genoemd in criterium D.8, relevante (semi-)overheidsinstellingen uit andere EU-lidstaten, en
- 2. het bewerkstelligen van institutionele versterking.